Elk jaar rond deze tijd treedt het thema vrijheid weer op de voorgrond. Dit jaar kleeft er wel wat ironie aan het onderwerp; geven de situatie rond het coronavirus zou je kunnen stellen dat we -sinds het einde van WW2- nog nooit zo onvrij waren als vandaag.

Maar dat is voor mij slechts secundair.

Ik heb lange tijd geprobeerd te definiëren wat vrijheid nu precies is. Dit bleek onmogelijk, iedereen kan (en zal) iets anders verstaan onder vrijheid. Sinds ik me bewust geworden ben van de theorie van Spengler, is het alleen maar moeilijker geworden om vrijheid als een universele standaard te definiëren. Deze theorie stelt dat waardes vooral samenhangen met de beschaving die ze voortbrengt.

Wat wij -collectief- verstaan onder vrijheid kan niet zonder meer overdragen worden op andere culturen. En zelfs binnen onze cultuur verandert dat wat we onder vrijheid verstaan in de loop der tijd.

Dus wat moeten we met dit begrip?

Uiteindelijk kom ik tot de conclusie dat dit begrip vooral gebruikt wordt voor emotionele redenen. Zij die dit begrip hanteren proberen kennelijk toehoorders op emotionele wijze te manipuleren.