Introductie

Ik heb onlangs het boek ‘The Revolutionary Phenotype’ gelezen, en ik ben op dit moment in het boek ‘Der Untergang des Abendlandes’ aan het lezen. De combinatie van deze twee heeft mijn idee over hoe het politieke landschap zich ontwikkeld verandert.

Opmerking: Het tweede boek heb ik nog niet uit!

Fenotype

Het eerste boek introduceerde het begrip ‘Fenotype’. Een fenotype is het waarneembare resultaat van een genotype. Het DNA is het dominante genotype op aarde. Wanneer we het over mensen hebben dan kunnen we stellen dat alles wat de mens is en doet is het fenotype van ons DNA.

Het fenotype van het DNA van een roos, is de plant die we een roos noemen. Alles van die plant, de wortels, de stammen, vertakking, bladeren, bloem etc. Maar het is meer, want een roos kan vele verschillende vormen aannemen, iedere roos plant ziet er anders uit. Het fenotype is de verzameling mogelijke uitkomsten door de interactie van de omgeving met het DNA van de roos.

In het geval van de mens is het fenotype enorm, niet allen zijn de mensen zelf een fenotype van hun DNA, maar ook alles wat men doet en maakt is een expressie van het DNA en dus deel van het fenotype.

Cyclische beschavingen

Het tweede boek introduceert het idee van de culturele cyclus. Spengler was mogelijk de eerste die het idee introduceerde dat beschavingen het resultaat zijn van een bepaalde cultuur. Hij beschrijft in het boek hoe een cultuur een begin fase heeft, een groei fase, een bloei fase (beschaving) en een sterf fase (ondergang).

Ik geloof dat ik in mijn geschiedenis lessen al over dit concept geleerd heb, dus nieuw is dit niet meer. Iedereen is waarschijnlijk wel bekend met dit idee.

Fenotype en cultuur

Wanneer we beide ideeën combineren, dan ligt het voor de hand om de cultuur en de daaruit voortvloeiende beschaving te zien als een fenotype van het menselijk DNA. Maar niet als het fenotype van een menselijk DNA, maar als het fenotype van (de interactie van) all het (i.e. ons) DNA.

Maar niet ‘het gemiddelde’ of ‘ideale’ DNA, maar echt elke vorm van DNA die tot uiting is gekomen. Het is namelijk de interactie tussen de mogelijke DNA fenotypes die het culturele fenotype vormen.

Het aantal mogelijke DNA genotypes is zeer groot. Het gaat dan om mensen met eigenschappen als ijverig, gemeen, slim, mooi, groot, dun, etc.

Het interresante daarbij is dat de cultuur het DNA van de volgende generatie beïnvloed. Er ontstaat een wisselwerking tussen deze beide.

Die wisselwerking zou imo wel eens cruciaal kunnen zijn voor de opkomst-bloei-verval cyclus.

DNA mechanismen

Bij de bevruchting wordt een nieuwe DNA streng gemaakt uit de twee voorhanden DNA strengen. Dit process is niet zonder fouten. Niet elke fout moet noodzakelijkerwijze tot dodelijke problemen leiden. Grote fouten voeren tot een spontane afbreking van de zwangerschap. Maar kleine fouten kunnen zonder problemen tot een succesvolle zwangerschap leiden, en de persoon die geboren wordt kan in de meeste gevallen ook de leeftijd bereiken waar voorplanting mogelijk wordt. Waarbij dan echter ook het risico bestaat dat de kleine mutatie wordt doorgegeven aan de volgende generatie.

De term ‘mutational load’ wordt gebruikt om aan te geven hoeveel van het DNA negatief beïnvloed is door de accumulatie van fouten in de loop der tijd. We hebben allemaal een persoonlijke mutational load, en er bestaat natuurlijk ook een gemiddelde mutational load wanneer we naar een groep kijken.

DNA en de cultuur cyclus

Kiem fase

Een cultuur ontstaat wanneer een bevolkingsgroep een patroon gaat volgen om te kunnen overleven. Dat patroon noemen we cultuur. Bedenk daarbij dat deze cultuur een fenotype van het DNA van deze groep is. Het ontstaat door darwinistische selectie, en blijft behouden door aanhoudende selectie.

De selectie druk zorgt er voor dat de mutational load laag blijft. Dit is essentieel voor het hier voorgestelde model. Omdat de cultuur zich moet doorzetten tegenover de natuur en de omringende culturen is er een permanente selectie druk die er voor zorgt dat (overwegend) de meest succesvolle personen binnen deze cultuur zich kunnen voortplanten. Al naar gelang de selectie druk kan zich daarbij de cultuur (het fenotype) zichzelf verder verbeteren (gelijk op met het genotype).

Politiek bestaat in deze fase niet echt, men is min of meer gedwongen te doen wat nodig is om te overleven. Er zijn natuurlijk wel (locale) overheden, maar deze hebben nauwelijks speelruimte om iets anders dan het strikt noodzakelijke te doen.

Groei

Een cultuur kan lange tijd op het kiem niveau blijven hangen, tot er op een dag iets gebeurt dat de cultuur bevoordeeld tov de omringende culturen.

Dit kan een kleine aanpassing in de cultuur zelf zijn zodat feitelijk een nieuwe cultuur ontstaat, of het kan zijn dat de omgeving verandert zodat de oorspronkelijke cultuur plotseling succesvoller wordt, het kan ook zijn dat een uitvinding gedaan wordt die de cultuur succesvoller maakt. Vanaf dat moment begint de cultuur zich uit te breiden ten koste van de omringende culturen.

De selectie druk neemt nu langzaam af, maar vaak zal uit culturele druk (en onder invloed van religie) de oorspronkelijke selectieve paarvorming blijven bestaan. I.e. de personen van beide geslachten zullen nog steeds dezelfde preferentie in partners hebben als tijdens de kiem fase.

De mutational load blijft verwaarloosbaar, en voor zover deze optreedt zijn er vele generaties nodig voordat er van een significante opstapeling kan worden gesproken.

Voor politiek is nu meer plaats, maar deze zal in het teken van expansie staan. Hoe en waar expanderen is de belangrijkste vraag. Er is vooral een sterke mate van eenheid over het te voeren beleid, ook al zullen de verschillende fracties elkaar bestrijden over de vraag wie het beleid mag uitvoeren. De middelen voor expansie zijn aanwezig, maar niet overvloedig.

Bloei

De economische groei is nu zeer sterk, er is surplus aan alles. Kunstvormen treden nu sterk op de voorgrond, architectuur bloeit op, wetenschap en techniek maar ook religie kent hoogtij dagen.

De welvaart is nu zo groot geworden dat (met name in de bevolkingscentra) de selectie druk weggevallen is. Ten gevolge hiervan neemt de mutational load sterk toe. Dit uit zich in verschillende dingen als: lager IQ, minder symmetrie in het gezicht, meer vatbaarheid voor ziektes, verkorting van de tijdspreferentie, verhoogde en vervroegde sexualiteit, vermindering van het verschil tussen de geslachten, toename van homo sexualiteit etc.

Ook de politiek kent nu hoogtij dagen. Felle politieke gevechten worden gevoerd over hoe en waar het economisch surplus moet worden besteed. De noodzaak voor restrictie valt grotendeels weg en de overheid steekt zich in de schuld. Het kan tenslotte niet op…

Afsterven

Het DNA draagt nu een zo grote mutational load dat de oorspronkelijke cultuur die tot de bloei voerde niet langer mogelijk is. Bedenk dat de cultuur een fenotype van het DNA (in al zijn variaties) is. Zelfs al zou men willen, het is onmogelijk om de bloei fase te verlengen en al helemaal om terug te keren naar de condities die de groei/bloei mogelijk maken. Het daarvoor benodigde genotype is niet langer voorhanden in de samenleving als geheel.

Kunst en cultuur worden nihilistisch en kunnen niet langer de prestaties uit de bloei periode evenaren. Sterker nog, vaak zal men proberen om deze te parodiëren of ronduit belachelijk proberen te maken. Kunst houdt feitelijk op te bestaan. De tradities worden afgeschaft, de geschiedenis is nu iets negatiefs.

De samenleving als geheel is zeer korte termijn georiënteerd geworden, men werkt niet meer voor later maar enkel nog om het hoofd boven water te houden, of men geeft op en probeert op andermans kosten te leven. Er komt nu een punt waarop de economische omstandigheden zo slecht geworden zijn dat het economische system zichzelf niet langer kan dragen. Vanaf dat moment staat de politiek in het teken van fracties. Polarisatie van de maatschappij voert tot felle politieke gevechten om voor de eigen groep het grootste deel van de koek te bemachtigen.

Breuklijnen die vroeger onzichtbaar waren komen nu naar voren en innerlijke onrust en/of externe druk versplinteren de cultuur. Al dan niet gepaard met militaire verliezen.

Conclusie

Een cultuur vloeit voort uit het DNA van zijn leden en hun omgeving. De cultuur kan zich ontwikkelen en tot bloei komen in een beschaving. De beschaving verandert het DNA totdat deze de cultuur zover verandert dat de economie van de beschaving uiteindelijk instort en zo de beschaving verdwijnt.

De politiek gedurende deze ontwikkeling volgt de cultuur en heeft geen sturende functie. Zoals men zegt ‘politics is downstream from culture’. Politiek is machteloos om de ondergang te vermijden. Politiek kan wel de ondergang versnellen.

Ook politiek is een fenotype van het DNA. Een DNA met lage mutational load zal voor een gemeenschappelijke lange termijn geörienteerde politieke voorkeur zorgen, terwijl DNA met een hoge mutational load juist voor een gepolariseerde en korte termijn geörienteerde politiek zorgt.

Open vraag

Kan een cultuur die zich bewust wordt van het bovenstaande zich uiteindelijk toch nog redden?