Edward Dutton en Michael Woodley of Menie hebben een voortreffelijk stuk werk verricht met dit boek. Het boek presenteert de theorie dat het ontstaan, de opkomst, de bloei en het verval van beschavingen worden veroorzaakt door veranderingen in het gemiddelde IQ.

In het kort verloopt deze als volgt: Een groep mensen staat onder zware selectie druk. Wanneer de selectie druk het gemiddelde IQ verhoogt dan kan een beschaving opkomen. De groep wordt succesvoller in het ontwikkelen van kennis en technieken die hun productiviteit verhogen. Zolang de selectie druk in stand gehouden wordt blijft het gemiddelde IQ toenemen en kunnen kennis en techniek toenemen. Maar uiteindelijk wordt de productie capaciteit zo hoog dat de selectie druk wegvalt. Het gemiddelde IQ neemt nu niet langer toe en begint te dalen omdat de onderste lagen in de samenleving zich sneller voortplanten dan de bovenste lagen. (De bovenste lagen zijn minder impulsief en hebben meer kennis over contraceptie). Uiteindelijk valt het gemiddelde IQ beneden de limiet die nodig is om de beschaving in stand te houden. Deze begint nu op zichzelf in te teren en wordt gevoelig voor aanvallen van buitenaf tot er een moment komt waar het definitieve doek valt en de beschaving niet langer bestaat.

Het goede nieuws is dat er nu opnieuw sprake kan zijn van selectie druk, zodat het gemiddelde IQ opnieuw kan toenemen… etc etc. Het slechte nieuws is dat deze fase heel lang kan duren. In het geval van het westen zit er ca 500 a 600 jaar tussen het einde van het romeinse rijk en het begin van de west-Europese beschavingen.

Ook moet gezegd dat er veel toeval meespeelt. Zo zijn de ontwikkeling van het christendom, het optreden van de pest, en klimatologische factoren ook van grote invloed. Daar staat dan weer tegenover dat achteraf gezien, deze toevalsfactoren altijd aanwezig zullen zijn geweest.

Het boek bespreekt niet alleen de theorie, maar geeft ook aan hoe deze door verschillende onderzoeken wordt ondersteunt. Zowel in het verleden (o.a. analyse van oude texten) als ook in het heden (IQ tests).

Ook het Flynn-effect komt aan bod. Dit effect wordt geïdentificeerd als een lokaal effect dat het globale effect kan overstemmen. IQ is een globale meting van de cognitieve capaciteit. Deze capaciteit bestaat uit verschillende deelgebieden. Één van deze deelgebieden is de capaciteit tot abstract denken. En het ziet er naar uit dat het Flynn effect in het abstracte denken optreed. Onze capaciteit tot abstract denken is zo sterk toegenomen dat het de afname van onze kern intelligentie (general of g) gemaskeerd heeft.

De afname van g komt echter wel naar voren in de afname van het aantal belangrijke ontdekkingen per miljoen personen.

Voor ons, in het westen, geldt dat de kern intelligentie g zijn hoogste stand bereikte rond 1800…1850. Sinds die tijd hebben we ongeveer 10 a 15 punten verloren. Te vergelijken met 10 a 15 IQ punten. Anders gezegd, de gemiddelde westerse mens in 1850 had een (kern, g) IQ van 115, maar hun capaciteit tot abstract denken lag veel lager dan tegenwoordig.

Sinds ca 1990-2000 loopt echter ook ons gemeten IQ terug (van generatie op generatie). Het boek stelt dat het Flynn effect zijn maximale waarde heeft bereikt, en nu niet langer de afname van de kern intelligentie kan maskeren. De westerse landen zien nu een generatie op generatie afname van ca 1 IQ punt.

De toekomst ziet er dan ook niet zo rooskleurig uit. De afname van het IQ zal doorgaan. Het boek zegt niets over de gevolgen hiervan, behalve de meer algemene uitspraak dat we nu in het begin van de winter van de westerse beschaving zitten. Over de exacte gevolgen worden geen uitspraken gedaan.

Ik zou dit boek dan ook niet zonder meer aanbevelen. Voor mensen die geïnteresseerd zijn in de evolutie van beschavingen is dit boek een must. Maar voor de normale consument kan dit boek wel een enorme ‘black pill’ zijn. Het zou aanleiding kunnen zijn tot depressiviteit. Geef het dus niet cado, maar wanneer je het koopt, koop het kan voor jezelf.

Zelf heb ik het gevoel dat dit boek voor mij een fase afsluit waarin ik via een aantal andere boeken, podcasts en eigen ideeën al voorbereidt was op deze theorie. Ik zie dit boek wellis waar niet als het laatste woord op dit thema, maar wat er nog bijkomt zal vooral in de marge zijn. De grote lijn lijkt me nu wel duidelijk.

Zie ook Gedachtes bij ‘At our wits end’