Er is best wel veel speculatie te vinden over de reden van de opkomst van het westen. Maar het meeste wat ik hierover lees blijft speculatief. Soms presenteert men wel bewijs voor de opkomst en de belangrijkheid van bepaalde aspecten, maar een goed onderliggend model heb ik noch nergens kunnen vinden. Vaak noemt men het Christendom als één van de belangrijke oorzaken, maar vermeldt er nooit bij wat precies het Christendom zou hebben bijgedragen. Het blijft eigenlijk altijd een beetje vaag.

Nu ik het boekje “At our wits end” heb gelezen, en naar een aantal podcasts over dit thema heb geluisterd krijg ik het gevoel dat ik op het spoor ben van een onderliggend model.

Het is natuurlijk de kunst om dit zo kort en krachtig mogelijk samen te vatten, eens zien of me dit lukt:

De opkomst van een beschaving gaat gepaart met een reducering van de variatie in het DNA. De ondergang van die beschaving gaat gepaard met een verbreding in de variatie van het DNA.

Hmm, ik ben daar niet erg tevreden mee, maar wellicht krijg je een glimp van wat ik bedoel.

Zo rond het jaar 0 leefden er in west europa vooral stammen. Deze waren genetisch aan elkaar verwandt, maar het leven was erg lokaal en het is aan te nemen dat er een redelijke grote variatie was in het genetisch profiel van deze stammen.

Onder invloed van de Romeinen ging men meer samenwerken, zowel in de veroverde als ook in de niet veroverde gebieden. Maar men integreerde niet, de economie, en dus ook politiek, bleef lokaal. Na de Romeinen nam in eerste instantie de isolatie weer toe en verviel men deels in oude patronen.

Één van de belangrijke aspecten daarbij is die van de rechts spraak. Waarschijnlijk was de rechts spraak lokaal, willekeurig, en in hoge mate werden conflicten door tweestrijd beslist.

De Romeinse fase heeft -zo neem ik aan- voor meer menging tussen de stammen gevoerd. Het DNA werdt meer gemixt, ging meer variatie vertonen. Waarschijnlijk betekende dit dat de stammen meer open werden, zelfs al nam de isolatie weer toe na de Romeinse fase, de verschillen tussen de stammen waren waarschijnlijk kleiner geworden, en de openheid naar elkaar groter.

Deze openheid heeft mogelijk de deur open gezet voor het Christendom. En het Christendom introduceerde een nieuwe factor: de verantwoording tegenover God. De moraliteit tussen de stammen werd hierdoor mogelijk gesynchroniseerd. In combinatie met -naar onze begrippen- drakonische straffen zorgde dit ook voor een selectie proces van het DNA: op veel misdaden stond de doodsstraf. Het Christendom zorgde er voor dat er een universele moraal ontstond, en de doodsstraf zorgde er voor dat mensen met een misdadig DNA zich niet konden voortplanten. Met een misdadig DNA bedoel ik natuurlijk mensen met een DNA profiel dat direct of indirect aanzet tot het plegen van misdaden.

We hebben nu een selectie criterium en de bereidheid om deze door te zetten. Dat is alles wat er nodig is om het DNA te vormen. Langzaam maar zeker worden de genen die aanzetten tot geweld en misdaad uit de bevolking verwijdert. Er zijn schattingen dat 1 a 2 procent van de bevolking jaarlijks werdt gedood voor hun misdaden, de effecten op het genetisch profiel moet vrij snel zichtbaar geworden zijn. (Ik vermoed binnen enkele honderden jaren)

Maar wellicht nog belangrijker is dat een universele morele code (Christendom) het mogelijk maakt te anticiperen op de toekomst. Wanneer er over langere tijd een stabiel referentie systeem is voor goed & kwaad, dan kunnen mensen hierop inspelen en dit meenemen in hun overlevingsstrategie. Er ontstaat een langere tijdspreferentie, en dit drijft het intelligentie niveau omhoog.

Dit process zorgt er voor dat intelligente mensen grotere rijkdom verkrijgen, en hun kinderen betere overlevingskansen kunnen bieden. Meer dan 50% van de kinderen die zelf ook kinderen zouden krijgen komen dan ook uit de gegoede kringen (= intelligente). Het gemiddelde IQ verhoogt zich van generatie op generatie.

Het maximum gemiddelde IQ werdt rond het jaar 1800 bereikt. Ik heb hier geen getallen voor gezien, maar als we het Flynn effect ook toepassen op de mensen uit 1800, dan neem ik aan dat het gemiddelde IQ waarschijnlijk tussen de 110 en 120 lag.

Er kwam een einde aan deze ontwikkeling in 1800 vanwege twee dingen: De herontdekking van contraceptie en de industriële revolutie. De contraceptie werdt als eerste in de gegoede kringen gebruikt. Hierdoor daalde hun geboortecijfer. De grotere productie dankzij de opkomende industrie betekende dat er meer mensen overleefden. Deze beide factoren samen zorgen er voor dat de volgende generatie niet langer voor meer dan 50% uit de elite kwam, maar dat deze meer en meer zakte naar de lagere sociaaleconomische rangen.

Om dit heel duidelijk te stelen: Voor 1800 was er sprake van een neerwaartse sociaaleconomische mobiliteit. Een generatie begon aan de top (kinderen van de elite) maar diegene die zich niet aan de top konden handhaven (lager IQ) zakten in hun sociaaleconomische status zodat de navolgende generatie (kinderen van de kinderen van de elite) minder overlevenskansen hadden. Herhaal dit drie of vier generaties, en de minst presterende lagen zijn uit de bevolking verdwenen.

Een witte leugen: Ik schreef hierboven dat het gemiddelde IQ rond 1800 zijn maximum bereikte. Maar strikt genomen weet ik dit niet, ik weet namelijk niet of het IQ profiel dat men van de mensen rond die tijd opgesteld heeft wel van de gemiddelde bevolking was. Men kan enkel indirect een schatting van het IQ uit die tijd maken via bv woordgebruik, muzikale voorkeur, reactiesnelheden, nalatenschappen etc. Maar ik betwijfel of dit werkelijk het gemiddelde van de bevolking was. Ik kan me goed voorstellen dat dit enkel de bovenste 50% (of minder) van de bevolking betrof.