Heidegger en ook Spengler ontdekten al / voorspelden dat technologie de cultuur consumeert.

Bijvoorbeeld stel dat persoon A iets nodig heeft van persoon B, maar geen contact heeft met persoon B en dit via persoon C moet regelen.

Wanneer er nu een technologie persoon A direct met persoon B kan verbinden dan moet persoon C een andere job vinden. Dit noemen we normaal gesproken een voordel omdat zo de algehele levensstandaard verhoogd kan worden.

Maar het betekend ook dat mensen nu andere mensen kennen dan voorheen. In andere onderlinge afhankelijkheid. Dit verandert de relaties. Ook zal eventueel persoon C moeten verhuizen, zodat de samenleving om hem heen sterk verandert.

Een enkele technologische verbetering (?) zal nauwelijks merkbaar zijn. Maar alle veranderingen bij elkaar kunnen verstrekkende gevolgen hebben en de cultuur diepgaand veranderen.

PS: Natuurlijk zijn er meer manieren denkbaar - bijvoorbeeld de introductie van de radio, de TV, de auto etc. Allemaal met grote consequenties voor de cultuur.

Heidegger en Spengler noemen dit ‘consumeren van de cultuur’ omdat zij deze veranderingen als nadelig zagen. Er ontstaat in hun ogen een armere cultuur. Op zich niet geheel onterecht omdat er in het algemeen een verschuiving plaatsvind van locale connecties naar connecties-op-afstand. Er ontstaat een zekere vereenzaming en de banden in de samenleving worden hierdoor ook losser.