In Jordan Peterson’s book “12 Rules for Life” heeft hij het in hoofdstuk 2 over de manier waarop we over onszelf en de wereld denken. Tegenwoordig is het zo dat de meeste mensen in het westen over zichzelf en de wereld denken als een verzameling objecten. Een stoel, een huis, een auto etc. En ik bevind me als een ander object in deze wereld van objecten. En deze objecten bestaan weer uit andere objecten. Dit noemt men ook wel reductionistisch denken.

Het is waarschijnlijk dat voor de verlichting de mensen op een andere manier dachten over zichzelf en de wereld om hen heen. Niet als op zichzelf staande objecten, maar als een netwerk van relaties. Niet alleen relaties tussen mensen, maar ook relaties tussen mensen en de dingen. Een huis is niet van jou, maar je bent zelf net zo zeer van het huis als het huis van jou is. Het huis beschermt jou en jij beschermt het huis. Het wordt zo een deel van jezelf. En dit strekte zich uit tot het gehele wereldbeeld. De mens was niet los te zien van zijn omgeving.

De verlichting kapte de persoonlijke band tussen ik en de wereld om ons heen. Ze werd vervangen door natuurwetten.

Nietzsche was één van de mensen die dit herkenden als een probleem. En dat was voor hem de aanleiding om te voorspellen dat nihilisme de uiteindelijke uitkomst moest zijn en daarmee de ondergang van het westen.

Achteraf gezien is dit inderdaad logisch, wanneer we persoonlijke relaties vervangen door natuurwetten worden we geïsoleerd van onze omgeving. We zijn niet langer deel van iets. En wanneer dan blijkt dat we nooit echt zekerheid kunnen krijgen over onze observaties en ervaringen, wat houden we dan nog over? Alles is subjectief? Wel, dat heet nihilisme. En als we nihilisme en de menselijke natuur samen nemen dan blijf je met een machtsspel over. Iedereen probeert iedereen ondergeschikt te maken. Macht hebben over is het enige dat blijft wanneer we onze relaties met de wereld om ons heen afbreken.

Dit komt ook terug in de manier waarop we voor onszelf zorgen. Roken, Alcohol, Suiker, het zijn allemaal dingen die ons lichaam aantasten. Maar wij ervaren ons lichaam niet meer als een deel van ik, maar als iets dat apart staat. Ik zit in een lichaam, maar we hebben er nauwelijks nog een relatie mee. Als het stuk gaat gaan we naar een doctor, net zoals we met de auto naar de garage gaan. Even klaar maken aub.

Stel daartegenover het geïntegreerde denken van voor de verlichting. Ik zoals wij dit begrijpen bestond toen niet. Ik was een verzameling tweeweg relaties met de wereld om ons heen. Dat levert geheel andere motivaties op. Zo zullen wij tegenwoordig een dierbare vriend (of huisdier) wel naar de doctor sturen, maar zijn we niet bereidt om net zo goed voor ons eigen lichaam te zorgen. Het is net alsof we wel herkennen dat iemand anders van zijn lichaam afhankelijk is, maar dit niet zo ervaren in onszelf. De relatie met vriend of huisdier strekt zich uit tot hun lichaam, maar bij onszelf missen we deze verbinding.

Relaties lijken belangrijker te zijn dan natuurwetten of bezit. We bezitten ons lichaam, maar we hebben een relatie met ons huisdier of andere personen.

Het mag duidelijk zijn, relaties bestaan nog steeds, maar het reductionisme heeft deze verzwakt tot het punt dat ze duidelijk achterblijven op de objectivering. Ik twijfel er sterk aan of dit een goede trend is. Geluk lijkt vooral in relaties te vinden te zijn. Zou het dan niet voor de hand liggen om meer aan onze relaties te werken? Inclusief de relatie met ons eigen lichaam?