In de vorige post schreef ik over ‘de twee’ problemen van de mens die geen relaties meer heeft met zijn omgeving. De eerste heb ik in die post al beschreven (dat ging over de attractors in het intellectuele landschap). De tweede gaat over ‘vrij zijn’.

Iemand die geen relaties meer heeft met zijn omgeving en totaal objectief is geworden, inclusief zichzelf, heeft de maximale vrijheid die mogelijk is. Zou men denken.

Maar als je volledig vrij bent van relaties met de wereld waarin je leeft, dan verdwijnen ook je voorkeuren. Je vindt een auto mooi omdat hij je op een -wellicht onbewuste- manier aanspreekt. Je voelt je aangetrokken door het ontwerp, de vorm etc. Een voorkeur is een relatie. Wanneer je vrij bent van voorkeuren dan heb je de vrije keuze, maar je hebt niets meer om te kiezen.

Nu is het als mens onmogelijk om volledig vrij te zijn van alle relaties. Maar het post-modernisme probeert dit wel als filosofie te verkopen: Alles is subjectief. Als alles subjectief is, is er geen objectief verschil meer. Men zou dan net zo goed een aardappel kunnen bewonderen om zijn unieke vorm als een auto. En als die aardappel door iemand geplet wordt, dan geeft dat niet, want ook deze nieuwe vorm is uniek…

Voor een post modernist is iedereen uniek… en volkomen waardeloos. Een post modernist kan persoonlijke voorkeuren hebben, maar hij zal zich tegelijkertijd moeten realiseren dat dit niet echt is en alleen voor hem -ten minste tijdelijk- het geval is.

Een post modernist streeft zo te zeggen naar maximale vrijheid. En naarmate hij dichter bij die vrijheid komt, ontdekt hij dat er minder redenen zijn om vrij te willen zijn. Niet voor niets zeggen we dat postmodernisme in zijn uiteindelijke consequentie nihilistisch is.

Vrijheid bestaat alleen als we kunnen discrimineren: i.e. onderscheid kunnen maken. Pas wanneer we verschil kunnen zien, en weten dat dit verschil ook door anderen gezien wordt -objectief is- dan kunnen we een echte keuze maken. (Als het verschil alleen in ons hoofd zit, dan kunnen we nog steeds wel een keuze maken, maar we zouden ook kunnen besluiten om onze voorstelling te veranderen!)

We kunnen stellen dat vrijheid alleen mogelijk is wanneer er geen volledige vrijheid is. De omgeving beperkt onze acties omdat ze een objectieve structuur heeft. Uit die objectieve structuur ontstaan beperkingen en daarmee ook voorkeur, i.e wordt vrijheid mogelijk. Vrijheid is de keuze uit de opties die nog open staan.

Vrijheid -zoals ik ook al eens eerder heb geschreven- is een beleving. Het is niet objectief meetbaar. Het streven naar vrijheid als een algemeen goed is niet zinvol. Meer vrijheid relativeert keuzes, totdat de volledige vrijheid geen relevante (relatie-volle) keuzes meer mogelijk maakt. Het zou beter zijn om naar concrete doelen te streven, en daarvoor de aanwezige vrijheid te gebruiken.