De eerste twee post over het propertarisme gingen over eigendom en recht. In die volgorde, want libertariërs zijn gewend in die volgorde te denken. En tenslotte beschouwde ik mijzelf vroeger ook ooit eens als libertarier.

Maar bij nader inzien is die volgorde verkeert. Ik zie nu namelijk een principe verschil in het libertarisme en propertarisme juist in de omgekeerde benadering van recht & eigendom.

In libertarisme komt eigendom eerst. En om dit eigendom te beschermen wordt er natuur-recht (of oer-recht, of automatisch-recht, of intrinsiek-recht) bij bedacht. En omdat zelfs dat niet genoeg is, wordt er dan ook nog eens het NAP bij gehaald om zo het eigendom zeker te stellen. Ik zou stellen dat libertarisme ontstaat vanuit de wens om de resultaten van het eigen werk te bezitten. Eerst is er die wens, dan volgt het libertarisme.

Propertarisme gaat juist pragmatisch van start, het kijkt naar de samenleving en probeert daaruit regels te onttrekken omtrent het functioneren van die samenleving. Het fenomeen eigendom & recht gaat daarbij hand in hand: Eigendom (recht) ontstaat wanneer de samenleving het aan een persoon toestaat om iets te claimen en bereid is om die claim te verdedigen. En dit is gebaseerd op wederkerigheid. Om zelf eigendom te kunnen bezitten moeten we het ook anderen toestaan om eigendom te bezitten.

De samenleving is leidinggevend, niet het individu. Maar het individu krijgt terug uit die samenleving wat hij bereidt is te geven. En dat plaatst cultuur in het centrum. De cultuur geeft terug wat er in gestopt wordt.