Het Non Agressie Principe (NAP) is de spil van het libertarisme. Het propertarisme wijst het NAP af.

Als we tot nog toe hadden gedacht dat het propertarisme een soort van libertarisme is, dan is dit hiermee wel van tafel. Zelfs al claimt Curt Doolittle dat het propertarisme vanuit het libertarisme ontstaan is.

Op zich is dit niet verrassend, het propertarisme claimt vooral empirisch te zijn en moet zich dus wel conformeren naar datgene wat men ziet.

Het propertarisme stelt de vraag aan het libertarisme: NAP, maar “agressie tegen wat?”. Het libertarisme (Rothbard) beantwoord dit met agressie tegen (persoonlijk) eigendom. Dit is een beperking van de definitie van agressie. Tenslotte zien we in de samenleving dat agressie ook gebruikt wordt bij immateriële vragen. (Veel libertariërs zien dit ook en breiden de definitie uit tot elke vorm van agressie op morele gronden.)

Ook stelt het propertarisme wederkerigheid boven non-agressie; als iemand bereidt is tot het gebruik van agressie tegen ons, dan is er geen reden om geen agressie te gebruiken tegen hem. Of zoals het spreekwoord zegt: aanval is soms de beste vorm van verdediging.

Dan is er ook nog de vraag: wat is een agressie vrije transactie? Bij vrijwel elke transactie is er sprake van een informatie verschil. Dijvoorbeeld bij een auto verkoop: de verkoper weet meer over de auto dan de koper. Moet de verkoper alles wat hij weet aan de koper zeggen? maar dat is niet realiseerbaar. Bovendien komen er ook secundare zaken aan de orde zoals weten wat welke informatie betekend. Wanneer is het informatie verschil genoeg om als “agressie” te worden bestempelt? Onder Rothbardian libertarisme waarschijnlijk nooit omdat dat strikt op eigendom georiënteerd is. Natuurlijk kunnen we dit opvangen middels garanties, maar ook daar treed een informatie verschil en mogelijk zelfs interpretatie verschil op.

In een 100% libertarische omgeving worden transacties zo zeer moeilijk, zo niet onmogelijk. Een impliciete dreiging kan echter de schaal weer in evenwicht brengen, zelfs al is daarvoor een rechtbank nodig.

En dan zijn er de reddingsboot scenario’s waar het libertarisme (of het NAP) geen antwoord op heeft. Soms is geweld noodzakelijk voor het overleven (individueel of als samenleving), en laten we het aan de toekomst te oordelen of dit rechtvaardig was of niet.

Tenslotte zijn er de ‘derde’ partijen. Elke transactie beïnvloed ook andere partijen dan de direct betrokkene. Zij hebben echter geen inspraak op de transactie. Ook hier kan -zo het propertarisme- eigenlijk alleen de impliciete dreiging de weegschaal in evenwicht brengen.

PS: Het is wellicht goed er nogmaals op te wijzen dat het propertarisme slechts claimt de huidige praktijk te beschrijven en niet voorstelt om de bovengenoemde punten te introduceren.

deel 2