Ik had onlangs een discussie waarin ik beweerde dat self-evident (vanzelfsprekend) niet bestond.

Maar wellicht ben ik daar iets te snel mee geweest. Zo gaf iemand me het voorbeeld door te zeggen “ik kan spreken” als een voorbeeld van vanzelfsprekendheid.

In dit soort situaties ben ik wel bereid om aan te nemen dat vanzelfsprekendheid bestaat. Maar in komplexere situaties ben ik me niet zo zeker.

Het probleem dat ik zie is dat een ieder van ons uniek is. En wat we vanzelfsprekend vinden hangt af van de unieke constructie van onze hersenen. En dat is de definitie van een subjectieve ervaring.

Elke ervaring is subjectief, elk gevoel is subjectief. Ook het gevoel van vanzelfsprekendheid.

Toch, zoals eerder al aangegeven zijn er wel een paar -relatief simpele- gevallen waar ik vanzelfsprekendheid wel wil toegeven.

Voor complexere zaken als “Ik beweeg mijn lichaam, dus mijn lichaam is vanzelfsprekend mijn eigendom”… hmm… nee dat kan ik niet zien als vanzelfsprekend. (Wanneer je zo gemanipuleerd wordt dat je ‘vrijwillig’ iets doet wat iemand anders wil…)

Het probleem met ‘alles is subjectief’ is dat absolute maatstaven ontbreken. Het wordt heel moeilijk om goed en slecht te onderscheiden op persoonlijke basis. Voor de beoordeling of iets goed of slecht is zijn we dan ook (imo) gedwongen om een externe maatstaf te hanteren.

Een ideologie kan zo’n externe maatstaf zijn, maar heeft als nadeel dat deze niet in een objectieve realiteit is gebaseerd. Een objectieve realiteit die niet direct (door ons) waarneembaar is. Lastig.

Uiteindelijk zie ik maar 1 oplossing voor dit dilemma: de evolutie theorie. Iets is goed als het tot het overleven van een soort/cultuur voert, en slecht wanneer het tot uitsterven voert. Of dit overleven cq uitsterven op fysiek of cultureel vlak is maakt daarbij geen principieel verschil.