Het postmodernisme heeft ons duidelijk gemaakt dat we persoonlijk nooit met absolute zekerheid de realiteit kunnen waarnemen. Een ieder van ons leeft en modelleert zijn eigen realiteit. Deze kunnen we nooit met elkaar delen en zullen altijd van elkaar verschillen.

Ons gedrag is een gevolg van ons model van de wereld, de realiteit zoals wij die zien. Met andere woorden onze individuele persoonlijkheid is het gevolg van ons individueel wereldbeeld. Een ieder van ons is uniek omdat ons wereldbeeld uniek is. Ik zou willen stellen dat er geen noemenswaardig verschil zit tussen ons wereldbeeld en onszelf. Wij zijn ons wereldbeeld.

Wij zijn de personalisering van ons wereldbeeld. (Opm: Ik gebruik hier Occam’s scheermes)

Zouden wij in staat zijn om de wereld waar te nemen zoals die is. I.e. in een perfecte resolutie die geen vragen meer openlaat. Dan zouden we allen hetzelfde wereldbeeld hebben. We zouden onze individualiteit grotendeels of mogelijk zelfs geheel verliezen. Er zou wel verschil in gedrag overblijven omdat we fysiek van elkaar verschillen, niet op dezelfde locatie zijn etc.

Een zekere vergelijking met mieren dringt zich op. Bijna alle mieren zijn fysiek gelijk, en gedragen zich ook gelijk. Het is niet langer nuttig om verschil te maken tussen individuele mieren.

Even terzijde: Dit raakt natuurlijk ook onmiddellijk aan het thema vrije wil. Wanneer ons wereldbeeld perfect zou zijn, dan zouden we -in dezelfde omstandigheden- ook gelijk handelen. Vrije wil zou -ten minste ogenschijnlijk- verdwijnen.

Om even aan eeneiige tweelingen te denken: zij zijn fysiek vrijwel identiek, en hebben vrijwel identieke omstandigheden ervaren. Daardoor hebben ze sterk gelijkende wereldbeelden, en gedragen zich vrijwel identiek. We verwisselen ze niet alleen vaak, we kunnen zelfs stellen dat ze verwisselbaar zijn.

Een wereldbeeld mag dan persoonlijk zijn maar ze zijn niet alle gelijkwaardig. Sommige zijn ‘beter’ dan andere. Beter in de zin dat ze evolutionaire voordelen opleveren voor de persoon en zijn omgeving. Ik denk dat er een argument voor te maken valt dat dit het geval is als het wereldbeeld in kwestie (subjectieve realiteit) beter overeenkomt met de objectieve realiteit.

Al ben ik me er wel van bewust dat dit niet per-se altijd het geval moet zijn. Een secte leider bijvoorbeeld kan sterk profiteren van de mensen in zijn secte dankzij zijn delusies. Maar wanneer deze delusies te zeer afwijken van de objectieve realiteit dan zal de secte vroeg of laat het onderspit delven.

Uiteindelijk zullen daarom wereldbeelden die dichter bij de objectieve realiteit staan de wereldbeelden die daar verder van verwijderd zijn overleven en verdrijven. Hier moet ik denken aan het Amerikaanse gezegde: You can fool some of the people all of the time or all of the people some of the time, but not all of the people all of the time. (Je kunt sommige mensen voor altijd bedriegen, of alle mensen voor korte tijd, maar niet alle mensen altijd.)

Een gevolg hiervan zou moeten zijn dat de evolutie van de mensheid het wereldbeeld van de mensen meer in overeenstemming brengt met de objectieve realiteit. Hetgeen in hogere levensstandaarden en een toename van de bevolking te zien zou moeten zijn.

PS: Nu is dit laatste inderdaad het geval, maar dit kunnen we niet als bewijs voor de stelling zien. We kunnen hieruit enkel concluderen dat deze observatie de stelling niet ongeldig maakt.

volgende