In het eerste deel schreef ik het volgende:

Zouden wij in staat zijn om de wereld waar te nemen zoals die is. … zouden [we] onze individualiteit grotendeels of mogelijk zelfs geheel verliezen.

Dat was een versimpeling om een idee over te brengen: Wanneer we het allemaal eens zijn over de fysieke wereld, de oorzaak/gevolg keten, de echte objectieve realiteit, dan verdwijnt een groot deel van de verschillen tussen de mensen.

Maar dat wil niet zeggen dat we dan als mieren allemaal hetzelfde zouden zijn en ons identiek gedragen. Een ieder van ons heeft zijn eigen plaats en een eigen rol in deze wereld. Zo zijn er grote verschillen tussen de rol van man en vrouw. (Ik weet dat het ‘modern’ -of post-modern?- is om dit te ontkennen, maar dat is aan de objectieve realiteit voorbij)

De rol van de vrouw (als categorie, niet voor elk individu) is kinderen krijgen en grootbrengen. De rol van de man (ook als categorie) is vrouwen (of een vrouw) voor zich winnen en verzorgen.

Hiertoe heeft de natuur bij wijze van evolutie ons verschillend uitgerust. Vrouwen (wanneer ze kinderen krijgen) zijn afhankelijk van anderen voor hun overleven. Om toegang tot middelen te verkrijgen die door anderen zijn geproduceerd (onder onzekere condities) zijn vrouwen aangewezen op samenwerking. Deze factor -en andere- worden samengevat onder het begrip “Vrouwelijk imperatief”.

Een belangrijke evolutionaire stap onder de primaten was dat bij de mens de vrouw ging kiezen welke man acceptabel is om kinderen mee te krijgen. Het lijkt waarschijnlijk dat dit een drijvende kracht was die de mens “afsplitste” van de overige primaten. (Niet de enige, maar wel een belangrijke)

Het lijkt geen overdrijving te zijn te stellen dat juist de vrije keus van de vrouw bij de selectie van een partner de vrouw in het centrum van de menselijke evolutie zet. (Hetgeen emancipatie een regressieve verschijning maakt)

Mannen zijn afhankelijk van vrouwen om hun genen voort te planten. Om een vrouw voor zich te winnen zal een man in staat moeten zijn haar (en hun kinderen) te verzorgen. De man staat hiertoe in permanente concurrentie met andere mannen, en is meer gericht naar de materiële wereld dan andere mensen. Hieruit resulteren voor het “Mannelijk imperatief” een grotere vrijheidsdrang/individualiteit en een grotere bereidheid risico aan te gaan.

Het mannelijk en vrouwelijk imperatief zijn categoriaal. Individuele mensen bevinden zich ergens tussen de beide extremen van deze twee. Daarbij denk ik dat dit zelfs meerdimensionaal is. I.e. voor de verschillende aspecten van ons leven kunnen we in de richting van het ene of andere imperatief neigen.

De reden voor het bovenstaande mag nu duidelijk worden: mijn (voorlopige) conclusie is dat de samenleving als geheel gevormd wordt door de wisselwerking tussen het mannelijk en vrouwelijk imperatief.

Het vrouwelijk imperatief is grofweg als “sociaal” te zien en het mannelijk imperatief als “individueel”. Een klein beetje overeenkomend met het klassieke links/rechts denken in de politiek, maar geen perfecte overeenkomst!

volgende