Globalisme en individualisme zijn twee extremen, daartussen zit ergens de groep.

Een groep is de normale organisatie vorm voor de mens de groepsgrootte is daarbij ca 120-150 personen. Dit is een natuurlijke groepsgrootte die door gedrag psychologen is geconstateerd. Al vraag ik me wel of we maximale groepsgrootte en het maximale aantal mensen dat waarmee we relaties kunnen onderhouden wel per se gelijk moet zijn, maar dat terzijde.

Toch is er een drang naar globalisering, waarom?

Onlangs bekroop mij het vermoeden dat deze drang voorkomt uit het geloof dat we de mens (en samenleving) bewust kunnen vormgeven. Wanneer iemand overtuigt is dat het menselijk gedrag principieel vormbaar is, dan moet een tekortkoming wel veroorzaakt worden door een factor van buitenaf. En dat zet de deur naar globalisering wijd open.

Immers, om de tekortkoming op te heffen moet deze externe factor bestreden worden. Maar als het menselijk gedrag principieel niet vormbaar is dan zal er altijd een resterende “externe” factor overblijven in het gezichtspunt van de vormer. De cirkel moet steeds groter worden tot uiteindelijk de hele wereld onder 1 noemer verenigd is. (En wat er dan gebeurt hebben we in de ex-communistische landen kunnen zien: niet conformerende mensen moeten uit de samenleving “verwijdert” worden)

Het idee dat de mens vormbaar is komt voort uit de nature vs nurture debat dat ooit eens in de jaren ‘70 begon. (Mogelijk vroeger) Tegenwoordig is het vooral links dat nog in de vormbaarheid gelooft: “als we nu eens … dan is het probleem toch opgelost?”. Deze gedachte ligt ten grondslag aan de als maar groeiende overheid, en is ook de reden waarom problemen nooit fundamenteel opgelost mogen worden, maar ook dat terzijde.

Overigens is ook rechts niet vies van globalisme, maar daar denk ik een andere motivatie te zien: winst. De barrieres die door links worden opgeworpen tegen locale productie worden door rechts omzeilt door goedkope (half) producten vanuit het buitenland te kunnen importeren. Er vindt zo een regelgeving arbitrage plaats die ten goede komt aan de importeurs. De tamelijk hechte samenwerking tussen politici en het bedrijfsleven zorgen er voor dat de winst uiteindelijk ook bij de politici (eventueel buiten dienst) beland.

Zo komen zowel linker als rechter politici aan hun trekken terwijl de kiezer uiteindelijk met de kosten blijft zitten.