Ik heb de laatste tijd zitten denken over de ideale opbouw van een vermogens piramide. Het (voorlopige) resultaat is het volgende:

piramide

Een kleine toelichting is wel op zijn plaats.

Aan de basis van de piramide vinden we de fysieke spullen die men zelf in eigendom heeft. Hoewel het altijd mogelijk is om kanttekeningen te plaatsen, vallen hieronder bijvoorbeeld de eigen woning (voor zover de hypotheek is afbetaald) en of andere spullen waarover men direct en zonder een tussenkomst van derden kunnen beschikken.

Het volgende niveau in de piramide is niet substantieel. Het is de verzameling ervaringen en vaardigheden die men gemaakt en geleerd heeft. Dat gelt natuurlijk voor niet-repetitieve ervaringen. Bijvoorbeeld een keer over de afsluitdijk rijden is een ervaring die we nog (net) kunnen meetellen. Maar iedere dag over de afsluit dijk rijden hoort er duidelijk niet bij. Een actie film bekijken is er ook één, maar 100 actie filmen duidelijk niet. Het gaat om de uniekheid van de ervaring. Het is de bedoeling dat ervaringen (net als studies) je reservoir aan potentieel behulpzame (of vormende) elementen en vaardigheden vergroot.

De onderste twee lagen van de piramide bestaan uit dingen die men ons maar moeilijk kan afnemen. Niet onmogelijk, maar moeilijk. Normaal gesproken gaat men er van uit dat deze lagen veilig zijn. Wel is het zo dat deze lagen onderhoud vergen. Zowel de goederen als ook de vaardigheden.

De derde laag zijn dingen die je bezit, maar die je niet zelf in eigendom houdt. Deze laag is tegenwoordig vaak afwezig. Typische voorbeelden zouden zijn een stuk landbouwgrond dat verpacht wordt, een huis dat verhuurt wordt etc. Tegenwoordig is deze laag vaak vervangen door de 5de laag zonder dat men zich dit beseft.

De vierde laag is goodwill, dit is een begrip uit de boekhoudkunde die gebruikt wordt om niet-afgesproken maar verwachte tegenprestaties te beschrijven. Bijvoorbeeld wanneer men deel uitmaakt van een groep en in deze actief bijdraagt dan ontstaat er welwillendheid in die groep om iets voor jou te doen. Ook als daar niet direct een tegenprestatie tegenover staat. Vroeger was dit een belangrijk onderdeel van de samenleving, maar tegenwoordig wordt dit meer en meer vervangen door instanties. Bedenk echter dat instellingen geen wederzijdse verplichting voelen zoals mensen dit doen. Het verdient aanbeveling om deze laag extra aandacht te geven.

De vijfde laag is geld. Deze is een eigen laag geven omdat de samenleving hieraan hoge waarde is gaan hechten. Voor mij is deze minder belangrijk dan de lagen 1-4. Maar het is de opstap in de lagen 5 en 6. Bedenk dat de waarde van geld niet stabiel hoeft te zijn, en dat in extreme gevallen geld over nacht waardeloos kan worden. Hetzelfde gelt ook voor laag 5 en 6.

Laag 5 zijn financiële investeringen in “papier producten” zoals aandelen en obligaties. Omdat deze producten in geld worden uitgedrukt zijn ze onzekerder dan geld. Ze stapelen op de onzekerheid van het geld nog de onzekerheid van de tussenpartijen en derden.

Laag 6 voert de onzekerheid ten top: speculatieve investeringen in de hoop op een grote winst. Hier hoort ook de lotto bij en andere gokspelen bij.