Taboe

Geld, een enorm populair thema met een gigantisch taboe. We praten graag over geld in het algemeen, maar niet over ons geld. Het is eigenlijk merkwaardig dat er niet op alle scholen les gegeven wordt in hoe we met geld om moeten gaan. Er zijn mensen die beweren dat dat met opzet zo is: de staat zou niet willen dat de onderdanen te veel over geld weten, want: Ex Scientia Pecuniae Libertas.

Om te leren omgaan met geld moeten we als eerste realiseren wat geld is. In het kort: geld is zowel ruilmiddel als spaarmiddel. Het gebruik als ruilmiddel is duidelijk, dat doen we allemaal. Het gebruik als spaarmiddel is echter veel interessanter, daar schuilt namelijk de (financiële) vrijheid.

Sparen

Sparen is automatisch wanneer we minder consumeren dan produceren. Het overshot aan productie is datgene wat we sparen. Tegenwoordig worden de meeste mensen voor hun werk (= productie) betaald met geld. En onze consumpties betalen we met dit geld. Wanneer we geld overhouden dan sparen we. Wanneer we niets anders zouden doen, dan sparen we automatisch in “geld”.

Met dit geld kunnen we drie dingen doen. We kunnen het bewaren in een oude sok. We kunnen het investeren (of er mee speculeren) en we kunnen er voorraden mee aanleggen. (En men kan het weggeven of verliezen, maar daar wil ik het hier niet over hebben).

Bewaren in een oude sok is een goede methode. We zijn er dan redelijk zeker van dat de munten of briefjes van ons blijven. Maar we weten niet zeker of dat geld wel betaalmiddel blijft, en hoe groot de koopkracht er van zal zijn. De geschiedenis leert ons dat de koopkracht voortdurend afneemt. Ook is er natuurlijk het gevaar dat het gestolen wordt.

Investeren of speculeren

Investeren of speculeren is vrij algemeen. Dit kan door het geld op een bankrekening te zetten (of te laten staan - niets doen is vaak hetzelfde als op een bankrekening laten staan), of door er aandelen of andere waardepapieren voor te kopen, of zelfs door het te beleggen in onroerend goed of andere kapitaal goederen die niet voor eigen gebruik gekocht worden. Wacht even: een bankrekening is toch niet investeren? Toch wel, ook een bankrekening is een investering. Het is investeren met een laag risico, maar het risico is niet nul. (Dat wordt met name in de huidige financiële crisis weer eens duidelijk.) Het verschil tussen investeren en speculeren is simpel: als we rente of dividend krijgen dan zijn we aan het investeren. Kopen we iets in de verwachting om het later tegen een hogere prijs te verkopen, dan zijn we aan het speculeren.

Een andere mogelijkheid is het gespaarde te gebruiken om er spullen voor onszelf mee te kopen. Niet voor onmiddellijke consumptie, maar voor consumptie of verbruik op lange termijn. Hier valt bijvoorbeeld een pen onder. De pen is gedurende een jaar of zo bruikbaar en vertegenwoordigt op deze manier een stuk gespaard vermogen. Stoelen, tafels, een auto of ook een huis vallen hier natuurlijk ook onder - mits volledig betaald.

Lenen

Het tegenovergestelde van sparen is lenen. Als we lenen gebruiken we geld dat we in de toekomst verwachten te sparen om vandaag te kunnen consumeren. Hier zit een addertje onder het gras die maar weinig mensen kennen: lenen kan alleen uit gespaard vermogen. (Dat klinkt zo onschuldig, maar dit zinnetje heeft enorme implicaties. Ik ga daar nu niet op in, dit komt in andere artikelen wel aan de orde.) Nu wil ik enkel vermelden dat lenen niet gratis is. Als men geld leent zal daarover rente moeten worden betaald. Daaruit volgt dat de toekomstige consumpties (of het gespaarde) lager zullen uitvallen. Een voorbeeldje: Hoeveel kost een lening van 100 euro met een rente van 10 euro?

110 Euro?

Nee, dat is onjuist. Bij alle geldzaken moeten we altijd twee (of meer) mogelijkheden met elkaar vergelijken. Het tijdpunt van de vergelijking moet daarbij aan het einde van je leven zijn. In dit voorbeeld stellen we dit gemakshalve even op 70 jaar.

Stel iemand is 20 jaar en moet nu beslissen of hij een lening van 100 euro met een rente van 10 euro wilt nemen of niet. Laten we er ook van uitgaan dat de consumptie die daarmee betaalt wordt zo wie zo gedaan wordt, het is enkel de vraag nu kopen of pas over een jaar kopen. Die 100 euro verdwijnt dus zo wie zo. Maar hoeveel kost het om nu te kopen (en te lenen) of pas over een jaar (wanneer er gespaard is)?

In het ene geval is men aan het einde van het jaar 10 euro armer dan het andere. Die 10 euro heb is er nu niet om te investeren of speculeren. Bij een rente van 7% betekent dit dat men iedere 10 jaar een verdubbeling van die 10 euro mist. Op zijn 70-tigste verjaardag is de achterstand meer dan 300 euro (vergeleken met iemand die de 100 euro niet geleend had). Voor het eenmalige genot om 100 euro een jaar vroeger uit te kunnen geven betaalt men gedurende zijn leven 300 euro! (wanneer we van 80 of 90 jaar uitgaan wordt dit zelfs 600 resp 1200 euro)

Natuurlijk, de tegoed rente is nu geen 7%. Maar bij een redelijk normale tegoed rente van 4% is het verschil nog steeds bijna 100 euro. De les is duidelijk: een lening aangaan is veel duurder dan algemeen aangenomen.

Conclusie

Als er dan ook 1 ding uit deze inleiding moet blijven hangen is het dit: nooit lenen. Niet voor consumptie, niet voor onroerend goed. Nooit. Lenen, en zeker het lenen van grotere bedragen staat in mijn opinie gelijk aan vrijwillige slavernij. Voor een beslissing die in soms weinige minuten genomen wordt moet men zijn leven lang boeten.

Ex Scientia Pecuniae Libertas.