Er wordt vaak beweert dat het antwoord op de vraag “wat is geld?” complex is. Ik ben het daarmee oneens. Het antwoord is simpel, maar het is wellicht moeilijk te accepteren.

Virtueel

Het antwoord op de vraag “wat is geld” moet imo primair beantwoord worden door: “geld is een virtueel concept dat zich afspeelt in de hoofden van de mensen”. Omdat het een virtueel concept is zullen geen twee mensen exact dezelfde voorstelling hebben over geld. Dat is waarschijnlijk dan ook de reden waarom men vaak naar complexere antwoorden grijpt. Men probeert iets wat in de hoofden van de mensen zit in een exacte taalkundige vorm te gieten. Een dubbel probleem want niet alleen is het moeilijk een concept onder worden te brengen maar ook “exact” en “taal” gaan niet zo goed samen.

Fysiek

Het virtuele begrip “geld” kent echter een reële representatie in de vorm van munten en biljetten. Maar het is naar mijn mening fout om te stellen dat de munten “geld” zijn. Op zijn best geven de munten een expressie aan het virtuele concept. Dit is gemakkelijk in te zien: Als ik een euro laat zien zullen mensen zeggen “dat is geld”, als ik dan een dollar laat zien en de veronderstelling uit “oh, dan is dit dus geen geld” zal het antwoord zijn “nee, dat is OOK geld”. Wanneer ik dan een gulden laat zien zal en zeg “oh, dan is dit dus OOK geld”, zal de reactie zijn “nee, dat was geld, maar is het nu niet meer”. Het begrip “geld” zit dus in ons hoofd, en we verbinden het (tijdelijk) met één of meerdere munten. (PS: Ik bedoel hier munten in de vorm van “een muntsoort”, dus inclusief biljetten en nummers op een rekening).

Waarde

De nominale waarde van een munt is het getal dat op een fysieke representatie van geld staat opgedrukt. Maar het is niet zo dat de reële waarde (koopkracht) van een munt in nummers kan worden uitgedrukt. De waarde van geld is niet stabiel. Het begrip “inflatie” is ons allen wel bekent. De waarde van geld wordt (net als voor alle andere dingen) door vraag en aanbod bepaald. Vraag en aanbod zijn nooit constant, dus ook de waarde van een munt kan nooit constant zijn. Elke poging in het verleden om de waarde van geld constant te maken is mislukt. Het is een begrijpelijk mensenlijk verlangen, maar het is niet realiseerbaar. Het is zelfs zo dat de waarde van een munt plaatselijk kan verschillen. Zo kan in Amsterdam de waarde van een Euro lager zijn dan bijvoorbeeld in NO-Groningen. Dit resulteert dan in hogere lonen in Amsterdam, maar ook in een hoger prijsniveau aldaar.

Rente en de hoeveelheid geld

Het aanbod van geld kan tot op zekere hoogte door de (centrale) banken beïnvloed worden. Geld wordt in roulatie gebracht door een lening. De banken kunnen via de hoeveelheid leningen beïnvloeden hoeveel geld in omloop wordt gebracht. De vraag naar geld is afhankelijk van de vraag naar leningen. Hierop heeft de bank alleen indirect invloed, namelijk via het interest percentage dat gevraagd wordt. De gevraagde rente zijn de kosten van de lening. Wanneer een lening minder kost, ontstaat er vaak meer vraag naar leningen. De (centrale) banken kunnen via interest en het verstrekken van leningen min of meer sturen hoeveel geld er in omloop is. Tenminste tot zover de theorie… In de praktijk blijkt dat het aanbod van geld van de vraag naar geld afhankelijk is. Wanneer banken niet voldoende geld uitlenen ontstaan er in de markt alternatieve oplossingen die het effect hebben alsof er meer geld in omloop is. En wanneer er geen vraag naar leningen is, kunnen de banken de geldhoeveelheid niet zelfstandig verhogen. De controle over de effectieve geldhoeveelheid is dan ook grotendeels een mirage die enkel in de economische theorie boekjes bestaat. Hieruit volgt dat de waarde die een munt heeft dan ook vooral door de markt wordt bepaald en niet de banken.

Fiat

Natuurlijk kan in een artikel over de vraag naar wat geld nu eigenlijk is ook het tekst boek antwoord niet ontbreken. “Geld is dat waarmee betaalt wordt, waarin gespaard wordt en waarin de boekhouding gedaan wordt”. De betaal functie is wettelijk geregeld. Het is bij wet (fiat) vastgelegd dat we hier in Nederland met de euro onze rekeningen kunnen betalen. Zoals we in het recente verleden (en waarschijnlijk in de nabije toekomst) hebben gezien is de wet allesbehalve stabiel. We zijn van de Gulden naar de Euro gegaan door simpelweg wat inkt op een stukje papier in vorm te veranderen. De werkelijkheid is iets complexer: voor het goed functioneren van de economie hebben we een algemeen geaccepteerd betaalmiddel nodig. Zolang de keuze van de overheid voldoet is de weg van de minste weerstand om deze keuze te gebruiken. Voldoet echter die keuze niet langer, dan zullen we en-masse overgaan op alternatieve betaal middelen. Dit laatste zien we vaak gebeuren in landen waar het economisch slecht gaat. Dan wordt vaak de munt uit een ander land als betaalmiddel geprefereerd boven de lokale munt. In het verleden zijn ook tabak, graan, schelpen, en natuurlijk goud en zilver als betaalmiddelen gebruikt. Interessanter wijze zijn er momenteel ontwikkelingen gaande die er voor zouden kunnen zorgen dat we meer alternatieve betaalmiddelen gaan gebruiken in de nabije toekomst. Bitcoin is daarvan het belangrijkste voorbeeld. Maar ook andere digitale vormen zullen waarschijnlijk gaan ontstaan, waarvan sommige zullen worden gesteund door overheden.

Spaar functie

De spaar functie ontstaat vanzelf voor een betaalmiddel als deze relatief stabiel in waarde is. Het is de gemakkelijkste vorm van sparen om niets te doen. Als men betaalt wordt, en men doet niets, dan spaart men automatisch in het betaalmiddel. Is het betaalmiddel zeer instabiel (bv tijden hevige inflatie) dan zullen de meeste mensen actie ondernemen en onmiddellijk na een betaling het betaalmiddel omzetten in een spaarmiddel dat wel stabiel is. Het is een bekend verschijnsel dat tijdens hyperinflaties onmiddellijk na een betaling de ontvanger van het geld zo snel mogelijk zal proberen om dit geld weer te ruilen tegen iets dat waardevast is. Dit gedrag houdt natuurlijk de hyperinflatie in stand. Ook moet vermeld worden dat het samengaan van spaarmiddel en betaalmiddel voor spanningen in een economie voert die van tijd tot tijd in crashes zal worden ontladen. Dit omdat gespaard geld niet gebruikt kan worden om schulden af te lossen. Het niet aflossen van schulden voert tot faillisementen waarbij uiteindelijk het gespaarde vermogen (deels) wordt vernietigd. Daarna kan dan de cyclus opnieuw beginnen. Het is juist de allure van freegold (vrijgoud) dat daarbij de spaarfunctie en betaal functie van elkaar ontkoppelt worden en de cyclische crashes niet langer nodig zijn.

Boekhouding

De boekhoudkundige functie komt deels voort uit de betaal functie maar hangt ook samen met het verlangen van de overheid om dingen te belasten. De boekhoudkundige functie heeft voor zover mij bekend geen impact of het functioneren van geld.