Sparen, wat is dat nu eigenlijk?

Sparen doen we wanneer we meer produceren dan consumeren.

Omdat zowel produceren (werken) als consumeren (kopen & verbruiken) beide in geld worden uitgedrukt, betekend dit dat er “geld overblijft” aan het einde van de maand of het jaar.

Geld over

Wat doe we daar dan mee?

Er zijn drie klasses van mogelijkheden:

Bewaren

Dit is fysiek bewaren van het gespaarde. Of dit nu geld, aardappelen of schoenen zijn. Bewaren wil zeggen dat het in ons eigen bezit is, en we het kunnen gebruiken wanneer wij het willen. Bekende voorbeelden zijn voorraden en de oude sok met geld onder het matras.

Investeren

Dit is het weggeven van het gespaarde tegen een vooraf overeengekomen vergoeding. We hebben nu niet langer de mogelijkheid om het gespaarde op elk willekeurig tijdstip zelf te gebruiken. Er bestaat nu het risico dat de andere partij zijn beloften niet na kan komen (of wil komen). Typische voorbeelden zijn de spaarrekening en obligaties.

Speculeren

Dit is het verruilen van het gespaarde met de bedoeling deze ruil op een later tijdstip ongedaan te maken. Natuurlijk in de hoop om hierbij winst te maken. Typische voorbeelden zijn futures, aandelen of ook kunstvoorwerpen. Zelfs huizen kunnen in deze categorie vallen. Het risico op het maken van verlies is vaak (erg) hoog.

Combinaties

De realiteit is vaak complexer dan mooi strak omlijnde categorieën. Vaak zal er dan ook sprake zijn van een combinatie. Zo is een betaalrekening een combinatie van bewaren en investeren. Aandelen zijn een combinatie van investeren en speculeren. En ook is het mogelijk om te investeren zonder vooraf overeengekomen vergoeding, bijvoorbeeld om goede relaties op te bouwen. Om het geheel overzichtelijk te houden beperk ik me tot de drie bovenstaande categorieën.

Bewust of onbewust

Soms nemen we ook een beslissing wanneer we geen beslissing nemen. Dit is o.a. bij de keuze van het spaarmiddel het geval.

Wanneer we niets doen, blijft het geld gewoon bij de bank geparkeerd. Al dan niet op een spaarrekening.

Deze “geen” beslissing is in feite gelijkwaardig met de bewuste beslissing om in “geld” te sparen.

Geld

Sparen in geld is niet zonder risico, ook al wordt het risico door slechts weinig mensen als risico herkent. Ten eerste is er inflatie, de koopkracht van geld neemt af omdat de overheden gewoonlijk hun schulden nooit afbetalen.

Dan is er het staatsrisico: een staat kan in de financiële problemen komen en daardoor kan het geld in waarde zeer snel afnemen. Dit noemt men hyperinflatie. Hoewel de naam ook het woord “inflatie” in zich heeft, is hyperinflatie iets geheel anders dan de ‘normale’ inflatie. Bij hyperinflatie verliezen de burgers het vertrouwen in de munteenheid en verruilen het en-masse voor andere spaarmiddelen. Meestal goederen, maar ook in andere geldsoorten.

Het laatste risico is een bank faïllissement. Wanneer het een individuele bank betreft is er altijd nog het deposito garantie fonds dat vermogens tot 100.000 euro per rekeninghouder en per bank vergunning veilig stelt. Bij systematische problemen die meerdere banken betreffen is ook het garantie fonds geen echte “garantie” meer. Het is dan ook verontrustend wanneer er -ook op dit moment- op politiek niveau gesproken wordt wat te doen als er een systematisch probleem ontstaat. De vraag is dan “wat weten zij dat wij niet weten?”.

Nog even over de bankvergunning: sommige banken maken gebruik van dezelfde bankvergunning. Hebben we meer dan 100.000 euro bij een bank staan en willen we dit alles door het deposito garantie fonds laten “verzekeren” dan moeten we het geld verdelen onder twee (of meer) bankvergunningen.

Bijvoorbeeld ABN-Amro en Moneyou maken gebruik van dezelfde vergunning. Of Knab en Aegon. Etc. Natuurlijk is dit maar een moment opname, en het zou kunnen gebeuren dat een dochter onderneming verkocht wordt aan een andere bankvergunning houder. Niet alleen moeten we zorgvuldig uitzoeken welke rekening onder welke bankvergunning valt, we moeten op de hoogte blijven van eventuele veranderingen.

Anders

Het kost wellicht wat moeite maar er zijn alternatieven voor “geld”.

Over opslag, investeren en speculeren zal nog genoeg worden geschreven. Er zijn echter nog een paar mogelijkheden die genoemd moeten worden. Deze kunnen alle een heel interresante “investering” zijn:

  • Verlaging van de kosten voor het dagelijks leven: Het kan ook zeer interresant zijn om investeringen te doen die de kosten van ons dagelijks level verlagen. Zeker in tijden van lage rente is dit soms een betere investering dan geld. Deze investeringen kunnen erg uiteenlopend zijn. Denk bijvoorbeeld aan een moestuin, zonnecollector, waterput, eigen huis etc.

  • Investering in kennis/kunde: Soms is het mogelijk om op korte termijn of in de nabije toekomst de inkomsten te verhogen door in cursussen of ander lesmateriaal te investeren.

  • De gezondheid: dit is -denk ik- één van de meest ondergewaardeerde investeringen die we kunnen doen. Gezondheid en ook de daarmee verwante productiviteit zijn beide waardevol. De productiviteit verhogen middels goed gekozen voeding is er één, maar het behouden van een goede gezondheid tot op hoge leeftijd is wellicht nog de belangrijkste investering die we kunnen doen. Hierop bezuinigen zou m.i. averechts werken.

De laatste is niet van financiële aard en zal niet besproken worden in deze serie. Maar vergeten moeten we het niet!

Conclusie

Sparen is een probleem.

Kennis kan het risico reduceren en het aantal opties verhogen. En daar gaat tenslotte deze serie over!

vorige