Onlangs plaatste Vrijspreker mijn artikeltje over het minimumloon, waarvoor dank.

In de daaropvolgende discussie ontstond de gebruikelijke verwarring over effect en wenselijkheid. In mijn opinie vooral veroorzaakt door emotie en ideologie.

Twee aspecten uit die discussie wil ik wat nader belichten: de opstand van de loonklasse, en Marx.

De loonklasse

De loonklasse is mijn naam voor die groep in de bevolking die in traditionele loondienst is. Wat men vroeger verstond onder de term “de arbeiders klasse”. Let wel, ik gebruik deze term alleen om een groep te kunnen vormen voor de navolgende bespreking. Ik heb zelf in deze klasse gewerkt en heb er veel respect voor. Het is de spil waar de samenleving op draait.

Ik dicht de volgende eigenschap aan de loonklasse toe: men werkt, heeft plezier in de vrije tijd, kijkt TV, gaat op vakantie etc. Wat we in loonklasse veel minder zien zijn theorieën over het bestaan. Het is niet dat men daarover geen ideeën zou hebben, maar dat men dat tijdverspilling vindt. Het is veel leuker om andere dingen te doen. (En ze hebben gelijk!)

Ik gebruik de meer traditionele verdeling tussen loon en salaris: loon voor de ‘hand’ werker, salaris voor de ‘brein’ werker. Deze verdeling heeft tegenwoordig niet veel zin meer.

De salaris klasse heeft het daar moeilijker. Wellicht omdat men minder zwaar moet werken heeft men meer energie om over andere dingen na te denken. Zoals de zin van het bestaan. Salaris werkers zijn waarschijnlijk veel ontevredener met hun werk dan de loonwerkers. Ook al omdat aan het einde van de dag er vaak geen tastbaar resultaat is van hun werk. Men heeft het gevoel dat het werk voor niets was. (3 dagen lang aan een presentatie werken voor senior management die vervolgens afgezegd wordt …)

Ons amateur filosofen vinden we waarschijnlijk het meest onder de salariswerkers.

Nu is het menselijk om de eigen gevoelens te projecteren op de samenleving als geheel. De salariswerker is ontevreden, voelt zich ondergewaardeerd, onderbetaalt en uitzichtloos. Er zit een zekere opstandigheid in ons die we onderdrukken omdat we tenslotte toch geld moeten verdienen. Dit wordt nog versterkt doordat we hierover met mede salariswerkers in discussie gaan en op instemming stoten.

Deze opstandigheid projecteren we maar al te graag op de samenleving als geheel.

En dat brengt me naar punt 2:

Marx

Als salaris werkers het al lastig hebben, wat te denken van de rijkeren die hun vermogen erven en redelijk intelligent zijn?

De hele dag niets anders te doen als nadenken over de zin van het bestaan is een lot dat we niemand zouden moeten toewensen.

Ik neem Marx als voorbeeld, maar er zijn veel meer van dit soort mensen (geweest). Marx is echter heel invloedrijk (geweest en nog steeds).

Mensen als Marx zijn heel goed in het identificeren van problemen. En ook in de probleem analyse zijn ze niet slecht. Men vindt heel geloofwaardige oorzaken en mogelijk is de analyses zelfs correct. Hoewel dit natuurlijk altijd moeilijk te controleren is omdat er in menselijke aangelegenheden altijd sprake is van oneindige regressie. (Dat wil zeggen: er zijn oorzaken voor de oorzaken van de oorzaken etc)

De probleem stelling van Marx is op zich niet uniek. Veel salariswerkers zullen zichzelf en de maatschappij (projectie!) hierin herkennen. Tegenwoordig is er veel onvrede met het actuele politiek economische systeem en dat uit zich in stromingen als b.v. Zeitgeist. Op zich is Zeitgeist in aanzet niet veel anders dan de probleem stelling van Marx. De algemene ontevredenheid met de “rat race” en het gevoel gevangen te zitten.

De revolutie

Of er nu een formele theorie ontwikkelt wordt (Marx) een goed gevoel aangesproken (Zeitgeist) of er gewoon onbehagen heerst (Salariswerkers). Alle hebben gemeen dat men in een zekere afwachting is van “De Revolutie”. Of bloedig of vreedzaam. Er zal “Een Dag” komen dat “De Arbeider” het juk zal afgooien en “Ontwaakt”.

In deze samenhang wil ik ook het gevoel opnemen dat op “Een Dag” het systeem zal “Imploderen” en dat is dan “TEOTWAWKI” (The End Of The World As We Know It”).

Ik ben daar ook geweest… en heb het overleeft.

Natuurlijk, het kan gebeuren. Maar waarschijnlijk is het niet. Veel waarschijnlijker is het dat alles gewoon doorsuddert. De loonwerkers hebben over het algemeen geen zin in een revolutie zolang ze hun brood nog kunnen verdienen. De salariswerkers zitten gevangen en blijven gevangen, durven hun gouden kooi niet open te breken.

Soms zijn er wel revolutionairen (Lenin, Mao, Pol Pot etc) maar ook wanneer hun revolutie voltrokken is komen ze tot de ontdekking dat de loonwerkers ergens zijn achtergebleven. Ze zijn niet meegekomen, niet ontwaakt. De loonwerker is soms wel te motiveren tot opstand, maar die moet kort zijn want er moet brood op tafel komen. Loonwerkers zijn of staan -in mijn opinie- te dicht op het echte leven om zich te verliezen in abstracte ideologieën en revoluties.

Er zijn wel economische ineenstortingen. Wanneer een samenleving zich te ver van de realiteit verwijdert heeft is dit onvermijdelijk. Maar meest volgt dit een patroon van stagnatie gevolgd door langzame achteruitgang. Alleen achteraf ziet men dit als een ineenstorting. Tijdens het doorleven valt het nauwelijks op.

Conclusie

Zich zorgen maken over “de massa” of “de arbeiders” is vrij zinloos. Zij redden zich wel.

Zich zorgen maken over de ineenstorting is al net zo zinloos (al vind ik het wel nuttig om wat persoonlijke voorzorgsmaatregelen te treffen).

Revoluties worden vaak begonnen door de kinderen van gegoede families. Maar in het vuur van enthousiasme vergeten ze vaak dat arbeiders liever brood op de plank hebben. Revoluties van ideologen lopen dan ook vrijwel altijd slecht af.

Geluk in je leven afhankelijk maken van het politieke systeem is een recept voor een ongelukkig leven. We zijn veel vrijer dan we denken. Vooral wanneer we ons bewust worden van de rol van school en media en ons uit de geschapen verwachtingspatronen kunnen losmaken. Maar daarover in een andere post meer.