Het volgende is onder politiek -> Eigendom geplaatst.

De eigendom vraag is centraal aan het politieke process, maar slechts zelden wordt daarbij stil gestaan, of liever: eens goed over nagedacht. Veelal springt men over deze vraag heen en begint direct bij de gewenste situatie. Maar…

Wat is eigendom, wat is de oorsprong, en wat doen we er mee?

Van wie ben ik?

Van wie ben ik eigenlijk? Ben ik van mijn vader en moeder? Van God? Van de samenleving? of misschien van mijzelf?

Elk antwoord is eigenlijk één van deze drie gevallen:

  • Van mijzelf. Dit is de gebruikelijke zienswijze.
  • Van iemand anders. Dat kan een andere persoon zijn of ook een concept als ‘God’. In de christelijke religie is deze vorm van eigendom puur symbolisch en wordt alleen gebruikt om de eindverantwoording af te leggen. Gedurende ons leven worden we ook algemeen als “van onszelf” beschouwd. Behoudens in de religie wordt deze vorm slavernij genoemd. En daar is de samenleving het wel over eens: ongewenst, mag niet.
  • Van vele anderen. Zeg maar de communistische gedachte, of de musketiers: allen voor één, één voor allen. Dit is een aardig idee maar stuit op vele praktische bezwaren. Zo is het onmogelijk om te doen wat “iedereen” verlangt. Er zullen meest tegenstrijdige verlangens zijn zodat het onmogelijk wordt om iets (goed) te doen.

Ik ken twee manier om de vraag te beantwoorden:

  1. Ik beweeg mijn arm, niemand anders kan mijn arm bewegen zonder hem eerst aan te raken. Een stoel kan ik niet bewegen zonder hem aan te raken. Ik kan ook de armen van andere mensen niet bewegen zonder deze aan te raken. Ik identificeer mijzelf als “dat wat ik kan besturen”. Mijn arm is van mij, want ik heb de controle er over. En dit gelt voor mijn gehele lichaam.

  2. Een andere mogelijkheid is verzet: Ik kan me niet tegen mijzelf verzetten (aangenomen ik heb geen geestelijke ziekte). Maar ik kan me wel tegen de wil van iemand anders verzetten. Het feit dat ik me kan verzetten betekend dat ik onafhankelijk ben en niet het eigendom van iemand anders.

Gevolgen

Als ik van mijzelf ben, dan ben ik verantwoordelijk voor wat ik doe. Ik kan op mijn gedrag en acties aangesproken worden en moet de consequenties accepteren.

De andere kant van die medaille is dat ik dan ook de vruchten pluk van mijn gedrag en acties. Dat wat ik produceer met mijn eigendom wordt mijn eigendom.

Iemand zijn eigendom afnemen -op welke wijze dan ook- staat gelijk met het ontkennen van het eigendom over zijn lichaam. Wanneer we iets (met ons lichaam) produceren en dit afgenomen wordt, dan is dit equivalent met enkele uren lang (de tijdsduur van de productie) niet over ons eigen lichaam te hebben kunnen beschikken.

Elke vorm van diefstal of roof (inclusief belasting) is daarmee feitelijk een vorm van slavernij.

En dat blijft slavernij ook als er een deel van het gestolene (geroofde/belaste) daarna weer op de een of andere manier ten goede komt aan de bestolen persoon.

Conclusie

De logica hierboven is voor zover ik het kan overzien sluitend. Maar veel mensen zullen het maar moeilijk hebben met het idee dat belasting gelijkstaat aan slavernij (niet alleen loonbelasting, ook BTW, accijnzen, premies etc). Vaak heeft men het dan over het vrijwillig betalen van belasting, of de verplichting omdat men in Nederland woont, of het ‘sociaal’ contract. Maar hoe men het rechtvaardigt is feitelijk irrelevant. Het gaat er namelijk niet om of we betalen voor wat we gebruiken -dat hoort altijd het geval te zijn- maar of we dit onder eigen controle doen of niet. Wordt deze controle weggenomen, dan is dat slavernij.

Ook de vroegere slaven kregen een flink deel van hun productie “terug” in de vorm van huisvesting, voedsel, kleding etc. Economen schatten dat dit een vrij groot aandeel was, mogelijk zelfs meer dan de belastingdruk in Nederland tegenwoordig. Toch kunnen we zo de slavernij niet goedpraten. En ik ken niemand die dat zou willen! Maar de belasting goedpraten, dat komt heel veel voor. Vaak door dezelfde mensen die proberen zo min mogelijk belasting te betalen, of de belasting te ontduiken.