In het eerste deel heb ik geschreven dat libertarisme onmogelijk is en onwenselijk, in dit deel wil ik proberen te redden wat er te redden valt van het libertarisme.

Allereerst moet het basis principe van elke samenleving genoemd worden: wederkerigheid.

Dit kunnen we zien aan de hand van de observatie in de vorige post:

Het is onmogelijk om iets te bezitten wanneer de samenleving (de mensen om je heen) dit niet toestaan.

Waarom zou de samenleving iemand toestaan om iets te bezitten? Ik kan daarvoor twee redenen bedenken. Ten eerste: wanneer de samenleving er iets aan heeft. Wanneer een boer een stuk land heeft en daarmee voedsel produceert, dan is dit positief voor de samenleving zelfs al moet men voor het voedsel betalen. Ten tweede: als consent voor het principe van individueel bezit. Dus ik bezit dit, en jij bezit dat. We erkennen elkaar’s bezit zodat we beide het optimale uit ons bezit kunnen halen.

Nu is bezit, het erkennen van bezit, en zelfs de bereidheid om elkaars bezit te verdedigen, fundamenteel aan de (westerse) samenleving. Maar meer algemeen is het principe van elke samenleving (ook zonder individueel bezit) het principe van wederkerigheid.

Het NAP is een moreel principe, en ook onder libertariërs is niet bestreden dat er geen ‘bewijs’ voor is. Het is een axioma waarop het libertarisme opbouwt. Dit maakt het libertarisme tot een ideologie.

Het wederkerigheid principe is daartegen een empirische basis voor de samenleving. Dit sluit het NAP niet uit, maar legt limieten op aan het NAP. Het NAP kan niet gebruikt worden om expliciet of impliciet de wederkerigheid te ondermijnen.

Het NAP als leidraad voor het individu blijft mogelijk. Maar we kunnen geen ‘rechten’ ontlenen aan het NAP.

En voor de samenleving? die kan verschillende vormen aannemen. Wederkerigheid schrijft niet voor hoe de samenleving er uit moet zien. Wederkerigheid sluit echter een freerider bestaan uit. Dit is één van de problemen die ook het libertarisme wil oplossen. Een samenleving gebaseerd op volledige wederkerigheid heeft dan ook sterke overeenkomsten met een libertarische wereld.

Het belangrijkste verschil tussen een samenleving gebaseerd op volledige wederkerigheid en een libertarische samenleving is dat we ten alle tijde verantwoordelijkheid moeten nemen voor wat we doen en voor wat we niet doen. De bijdrage aan de samenleving zal altijd ter discussie staan, en wanneer we niet in staat zijn, of weigeren onze bijdrage aan de samenleving te maximeren, dan heeft de samenleving het ‘recht’ om bezit voor ‘zichzelf’ te claimen. (De woorden ‘recht’ en ‘zichzelf’ moeten overdrachtelijk geïnterpreteerd worden)

De twee belangrijkste aspecten die we uit het libertarisme kunnen behouden zijn het NAP voor ons privé leven en het verhinderen van freeriders op economisch vlak. Wat mij betreft waren dit de twee meest belangrijke aspekten van het libertarisme, en het behoud daarvan stelt me dan ook gerust.

Dit is deel 2 uit een korte serie over de onmogelijkheid en onwenselijkheid van het libertarisme.

Deel 1: Libertarisme is onmogelijk en onwenselijk

Deel 3: De schuld vraag

Deel 4: Het NAP Axioma

Deel 5: Self ownership