Het NAP, self-ownership en original-homesteading vormen samen het fundament voor de libertarische filosofie. Het NAP hebben we in deel 4 gezien, original-homesteading zal ik (voorlopig) niet behandelen.

Ik gebruikt in deze blog het Engelse begrip self-ownership omdat ik er geen goede vertaling voor heb. Ik geloof dat dit begrip redelijk bekend is, zeker onder libertariërs. Het staat voor “je bezit jezelf”, of “je bent van jezelf”.

Binnen het libertarisme wordt self-ownership gebruikt om het bezit van eigendom te motiveren. Men stelt dat: “allen ik kan mijn lichaam bewegen, dus mijn lichaam is van mij”. (Natuurlijk kan iemand je lichaam ook bewegen, maar als dat tegen je zin is dan gelt het NAP)

Self-ownership wordt dan ook verlengt naar: Als alleen ik mijn lichaam kan bewegen dan volgt hieruit dat ik de eigenaar ben van dat wat ik met lijn lichaam doe. Waaruit dan de eigendomsrechten worden afgeleid.

Is dat korrekt?

Ik geloof het niet. Er is geen empirisch bewijs voor deze aanname. Het lijkt vooral op eem beroep op moraliteit, net als het NAP. Er is zelfs een goed argument te maken dat self-ownership opbouwt op het NAP en zonder het NAP geen stand kan houden.

Empirisch gezien is dat wat je maakt/doet eigendom van diegene die dit kan verdedigen. Alles wat men daar buitenom probeert te introduceren is een beroep op moraal. Dat kan werken, maar kan niet gezien worden als een fundamenteel recht of eigenschap.

Deel 1: Libertarisme is onmogelijk en onwenselijk

Deel 2: Geen libertarisme, maar wat dan

Deel 3: De schuld vraag

Deel 4: Het NAP Axioma