Op basis van een hoop boeken & artikelen die ik in de afgelopen paar jaar gelezen heb, heb ik een theorie ontwikkelt over het mechanisme achter de politiek.

Voorop wil ik zeggen dat dit enkel een theorie is die ik gebruik om politieke bewegingen te analyseren. Ik denk niet dat het gebruikt kan worden voor voorspellingen. Behoudens een paar uitzonderingen voor hele grove lijnen onder stabiele omstandigheden. Maar bedenk dat de samenleving een chaotisch systeem is en dat die principieel onvoorspelbaar zijn.

We beginnen met de belangrijkste observatie:

Stemmen

[1] Mensen stemmen hun voortplantingsstrategie

Omdat grofweg de voortplantingsstrategie wel overeenkomsten vertoond met inkomsten is dit meer bekend onder observaties als “mensen stemmen op diegene die hun het meest belooft”. Inkomen en voortplantingsstrategie zijn echter toch twee verschillende dingen. En met name voor de groep met hogere IQs hoeft dit in het geheel niet overeen te komen.

Onze voortplantingsstrategie zit diep in ons verborgen. We zijn ons hiervan niet bewust tenzij we er op opmerkzaam gemaakt worden. En zelfs dan zullen de meeste mensen het bestaan er van ontkennen. Men gaat het eigen gedrag rationaliseren. We komen altijd met redenen waarom we iets doen, ook als er geen zijn. Het meest opmerkelijke experiment is wel dat van de hypnotiseur die een persoon bv een glas water laat drinken op commando. Het opmerkelijke daarbij is dat de persoon weet dat ze gehypnotiseerd is en dat ze weet wat de hypnotiseur voor commando bij haar geplant heeft. Toch zal ze wanneer het commando gegeven wordt een glas water drinken en dit motiveren met ‘dorst’ en niet met hypnose.

On onderbewuste is veel sterker en slimmer dan over het algemeen aangenomen. Het IQ lijkt niet zo heel veel vat te hebben op wat we doen. De juiste volgorde is dan ook veel vaker “doen-denken” dan “denken-doen”. IQ is wel belangrijk voor de grotere vraagstukken in het leven en de snelheid waarmee we leren, maar niet zozeer voor de voortplantingsstrategie.

Veel mensen zullen deze stelling afwijzen met onbestemde gevoelens. Het lijkt te … ja wat eigenlijk? men kan het niet onder woorden brengen, maar men voelt dat er iets verkeert zit. Ik vermoed dat dit komt omdat deze stelling ook een directe aanval op het thema ‘vrije wil’ is. Wanneer we onze voortplantingsstrategie stemmen, wat is er dan met vrije wil? Kan ik niet kiezen wat mij het beste lijkt?

Vrije wil is echter een dwaalspoor. Vrije wil wordt gebruikt om verantwoordelijkheid toe te wijzen, en verantwoordelijkheid is nodig om elementen uit de samenleving te verwijderen die de samenleving schade toe brengen. Of vrije wil bestaat of niet is irrelevant. Wat belangrijk is is dat de samenleving een mechanisme heeft om zichzelf te optimaliseren.

De stelling [1] komt voort uit observaties, er zijn er vele van te noemen. Bijvoorbeeld zullen alleenstaande moeders voor socialistische partijen stemmen omdat ze voor hun inkomen afhankelijk zijn van uitkeringen. Leeraren zullen overwegend links stemmen omdat ze door de staat betaalt worden. Studenten studeren op kosten van de overheid, en zijn ook overwegend links. Ondernemers wensen meer vrijheden en stemmen daarom liberaal. Etc. De voorbeelden gaan bijna oneindig door.

Een belangrijke kanttekening is nog dat het hier om statistische uitspraken gaat. Individueel kan hiervan afgeweken worden. Zolang echter de afwijkingen naar en aan beide kanten voorkomen heffen ze elkaar grotendeels op en bepaalt enkel het statische gemiddelde de uitkomst aan de stembus.

r/K evolutionaire psychologie

[2] In tijden van overvloed gaan mensen linkser stemmen, in tijden van schaarste juist rechtser

r/K theorie is een selectie theorie die zegt welk type voortplantingsstrategie de overhand neemt in tijden van schaarste en overvloed. Het is gebaseerd op epigenetische factoren die de mens aanzetten tot r-select of K-select gedrag inzake voortplantingsstrategie.

r-select gedrag kenmerkt zich door vroege en losse seksualiteit, openheid voor nieuwe ervaringen en geen voorkeur voor de eigen groep. Daarbij zijn r-selecte personen ideologisch gedreven en hebben nauwelijks binding met de realiteit. Ze gaan zo principieel uit van onbegrensde grondstoffen en producten. Beperkingen worden volgens hen altijd veroorzaakt worden door ‘gierigheid’.

K-select gedrag kenmerkt zich door meritocratie, late en onderdrukte seksualiteit, sterke voorkeur voor de eigen groep. K-selecte personen zijn zeer moreel en traditioneel georiënteerd. Beperkingen in de beschikking over grondstoffen en producten worden gerespecteerd en erkend maar men is ook bereid hiervoor te concurreren en te vechten.

r/K evolutionaire psychologie is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek ook al is het nog niet tot in de puntjes uitgezocht. Of een person r of K strategisch wordt hangt vooral af van de omstandigheden tijdens de kindsheid en tienerjaren. Al is een zekere aanpassing daarna wel mogelijk, zullen grote veranderingen zeldzaam zijn.

Iemand die opgroeit zonder beperkingen te ervaren zal overwegend r-strategisch worden, iemand die juist voor zijn hebben en houden moest vechten zal overwegend K-strategisch worden. (Deze karakterisering is uit plaatsgronden sterk versimpelt)

Tijden van schaarste voeren tot een K-selecte samenleving. Ervaart een K-selecte samenleving een meevaller en ontstaat er overvloed dan muteert de samenleving over enkele generaties naar een r-selecte samenleving. De r-strategie voert tot een bevolkingsexplosie die een einde aan de overvloed brengt. Vaak zal er daarbij een overshoot plaatsvinden gevolgd door een ineenstorting van de samenleving. Gepaard met een flinke reductie van de bevolking. Tijdens deze ineenstorting vindt de overgang naar een K-selecte samenleving plaats en de cirkel is rond.

Actueel: De laatste 150 tot 200 jaar is de westerse samenleving van K-select naar r-select geëvolueerd, daarbij hebben technologische ontwikkelingen de ineenstorting van de samenleving verhindert door telkens opnieuw een oplossing te produceren. Hierdoor zijn we nu extreem r-select geworden. Hetgeen in de samenleving tot uiting komt door bijvoorbeeld de theorieën van het communisme, maar ook de acceptatie van LBGT en tegenwoordig zelfs een poging tot het acceptabel maken van pedofilie. Allemaal indicaties van extreme r-selectie.

Wanneer we [1] en [2] combineren dan zal duidelijk zijn waarom zelfs de ‘rechtse’ politiek tegenwoordig linkser is dan de linkse politiek in de 50’er jaren van de vorige eeuw.

Sociaal, Liberaal, Autoritair

[3] De samenleving valt uiteen in drie groepen: socialisten, liberalen en autoritariërs

Traditioneel wordt de samenleving verdeelt in links en rechts. Maar deze zienswijze levert problemen op wanneer we proberen om (politiek/stem) gedrag te verklaren. Wanneer we echter 3 verschillende basis trends nemen (socialisten, liberalen en autoritariërs) dan levert dit een veel beter inzicht op in de onderliggende drijfveren.

De socialisten staan hierbij voor de mensen die een herverdeling van de welvaart wensen.

De liberalen voor de mensen die economische vrijheden wensen en zelf van de resultaten van hun eigen werk willen profiteren.

De autoritariërs staan voor de mensen die de samenleving in stand willen houden: traditioneel en stabiel.

Deze indeling kunnen we goed afbeelden op groepen in de samenleving: Vrouwen zullen overwegend voor de socialisten kiezen. Herverdeling en verzorgen van iedereen is hun natuurlijke rol.

Liberalen zien we veel bij de jongere mannen. Vol dadendrang willen zij niet gestoord worden in hun ondernemingen. Herverdeling zien ze niet zitten, maar wanneer dit toch moet dan ten minste voor iedereen in gelijke mate.

De autoritariërs (conservatieven) zien we bij de oudere mannen die een patriarchale rol willen.

Het is niet toevallig dat dit model ook heel goed op het gezin past: de moederrol, de broers en de patriarch. De samenleving is tenslotte in veel opzichten een afspiegeling van het gezin in het groot.

Nu kunnen we inbrengen dat er ook volwassen mannen socialistisch zijn, en dat klopt. Maar denken we terug aan [1] en [2] dan wordt al snel duidelijk waarom: deze mannen zijn overwegend sterk r-select en/of voor hun inkomen afhankelijk van de overheid.

En er zijn ook vrouwen in hoge politieke functies (i.e. patriarchale rollen). Ook hier gelt dat dit vaak sterk r-selecte vrouwen zijn, we vinden deze vrouwen dan ook vaker in de linkse politieke stromingen.

Ook laat dit 3-voudige model zien hoe mensen evolueren in hun politieke voorkeuren: Jonge studerende mannen zullen vaak links stemmen vanwege de afhankelijkheid van de overheid. Maar ook omdat zij net uit het gezin komen waarin zij afhankelijk waren van hun ouders. Deze dubbele afhankelijkheid voert bijna zonder uitzondering tot een linkse politieke overtuiging omdat het onderbewuste zich pijnlijk precies bewust is van deze afhankelijkheid.

Wanneer de jonge man afgestudeerd is en zelfstandig een inkomen verwerft, dan schakelt hij vroeg of laat over op het liberalisme. Dit in overeenstemming met zijn zelfvertrouwen. Naarmate hij zelfstandiger wordt, zal ook zijn politieke voorkeur naar zelfstandigheid wisselen. I.e. hij wordt liberaler.

Wanneer de man ouder is, een gezin gesticht heeft en zijn (hoge) inkomen moet verdedigen (of zijn bedrijf will behouden) dan treed de wissel op naar de patriarchy (autoritariërs/conservatieven).

Gedurende al deze tijd heeft de man -zonder zich bewust te zijn- zijn politieke voorkeur laten sturen door zijn onderbewuste. En een flinke dosis rationalisatie.

Mannen die hun gehele leven in een ondergeschikte positie blijven zodat hun zelfvertrouwen zich nooit kan ontwikkelen blijven veelal in hun socialistische fase steken.

Voor vrouwen gelt een soortgelijke ontwikkeling, zij het dat ze vaak niet verder komen dan de liberale fase voor getrouwde vrouwen. Dit omdat de vrouw typisch in de verzorgende rol blijft, maar in een huwelijk wel van de opbrengsten van de ondernemingsgeest van haar man wil profiteren. Ongetrouwde vrouwen blijven vaak hun hele leven in de socialistische fase.

Hiërarchie

[4] Elke groep organiseert zichzelf hiërarchisch

In de natuur heeft de hiërarchische structuur zich bewezen als de meest efficiente manier van organisatie.

Er zijn twee verschillende manieren om een hiërarchie te vormen: langs fysieke kenmerken en langs competentie. Fysieke kenmerken (het recht van de sterkste) kan alleen in kleine groepen werken. Zodra de groep groter wordt is kracht niet langer voldoende omdat meerdere zwakkeren samen altijd sterker zullen zijn dan de sterkste.

Technisch in de zin van objectieve kennis.

Elke menselijke samenleving is daarom een competentie hiërarchie. Wel is het zo dat deze competentie niet per se technisch hoeft te zijn. De competentie loopt vooral langs lijnen van het vermogen om te organiseren. Wel is het zo dat leiders technisch competente mensen om zich heen zullen verzamelen in raadgevende en ondergeordende leidinggevende functies.

Persoons geörienteerde competentie structuren zijn waarschijnlijk de meest efficiente hiërarchieën die we hebben. Denk aan bedrijven en ook zeker het leger. Maar persoons georiënteerde hiërarchieën hebben als nadeel dat ze niet lange tijd stabiel zijn. Voor een samenleving is een functionele hiërarchie doeltreffender. De posities binnen de hiërarchie kunnen dan door opeenvolgende personen bekleedt worden terwijl de hiërarchie zelf onveranderd blijft. (En incompetente functionarissen kunnen vervangen worden)

Stabiele hiërarchieën hebben bovendien een acceptatie nodig die van onderen naar boven verloopt. I.e. een stabiele (competentie) hiërarchie heeft twee richtingen: van boven naar beneden voor ‘orders’ en van onder naar boven voor ‘acceptatie’. Zodra de acceptatie wegvalt wordt de hiërarchie wankel en kan instorten cq vervangen worden door iets nieuws.

De levensloop van een hiërarchie wordt overwegend bepaalt door de acceptatie van de hiërarchie. Acceptatie zowel actief kan zijn als passief. Een nieuwe hiërarchie wordt vaak actief door de bevolking ondersteunt. Maar wanneer de leiding het contact met de bevolking verliest gaat de actieve acceptatie over in een passieve acceptatie. Zolang de levensstandaard toeneemt of gelijk blijft kan de passieve acceptatie overeind blijven. (Het is moeilijk om een passieve acceptatie weer om te zetten in een actieve participatie - met name buitenlandse conflicten/oorlogen zijn hiervoor geschikt gebleken.) Wanneer de levensstandaard afneemt gaat passieve acceptatie over in passieve verwerping. Blijft de levensstandaard zinken dan zal op een gegeven moment de passieve verwerping overgaan in een actieve verwerping (niets meer te verliezen -> revolutie).

[5] Elke succesvolle organisatie verschuift in politiek opzicht naar links

Er zijn versies van deze spreuk in omloop die er een voorwaarde aan verbinden: “tenzij deze organisaties zich er expliciet tegen weren”. Maar dat lijkt me te optimistisch.

We kunnen deze empirische regel ook zien als een versie van de r/K theorie, maar dan toegepast op organisaties.

Nu is dit een empirische regel, en ik weet niet zeker hoe het onderliggende mechanisme er uit ziet. Ik vermoed dat het (net als r/K theorie) ligt aan de winst die er gemaakt wordt. Wanneer een organisatie winst maakt dan zal men eerder geneigt zijn tot het maken van investeringen en het vinden van compromissen die geen toename van de winst veroorzaken. Er vindt een verschuiving plaats van de noodzaak tot winst maken naar de wens om conflicten te vermijden. Conflict vermijding kan ook geld opleveren, maar op zijn minst betekent het maken van winst dat er ruimte ontstaat voor ideologie. Links identificeert voortdurend conflict gevallen, en wanneer rechts bereidt is om toe te geven, dan is de drift naar links (ideologische acceptatie) onvermijdelijk. Ik denk dat deze drift onvermijdelijk is, zelfs in rechtse organisaties die hierop letten.

Winst maken moet niet in elke organisatie letterlijk genomen worden. Winst in politieke partijen wordt uitgedrukt in verkiezingsresultaten. Winst voor non-profits wordt uitgedrukt in de hoeveelheid geld die er doorheen gaat. Winst in scholen is het aantal leerlingen. Etc.

Slotwoord

Tot zover dit artikel. Het zal lezers van mijn site niet allemaal even nieuw voorkomen. Maar het was nodig om alles eens samen te vatten. Natuurlijk valt er nog veel meer over te zeggen, maar ik hoop dat het een leuke aanzet is om andere ideeën hiermee te vergelijken.