Ik geef het toe, ik kom nog regelmatig op libertarische fora. Vaak gebruik ik die gelegenheden om libertarische meningen te achtervragen en zo meer te leren over mijn eigen post-libertarische standpunt.

Onlangs kwam ik daarbij in discussie over het ostracisme in het nederlands ook wel uitsluiting of vermijden genoemd.

Veel libertariërs lijken het gebruik van ostracisme acceptabel om gewenst gedrag af te dwingen acceptabel te vinden. Ik zet daar de nodige vraagtekens bij.

Als eerste moeten we daarbij (imo) verschil maken tussen preferentie (selectie) en uitsluiting/vermijding. De libertariërs -in de discussie die ik had- hebben hiermee al een probleem. Ze waren van mening dat er geen verschil zat tussen preferentie/selectie en uitsluiting/vermijding, of dat uitsluiting een extreme vorm van preferentie is.

De begrippen hebben inderdaad wel met elkaar van doen, maar ze zijn niet gelijk. Iemand die niet geselecteerd wordt kan zich uitgesloten voelen, ook als daarvan geen sprake is. Wanneer die persoon wel deelgenomen heeft aan het selectieproces dan kan er geen sprake van uitsluiting meer zijn. Dat niet iedereen gekozen kan worden mag duidelijk zijn.

Uitsluiting treet op wanneer men ook bij geschiktheid niet in het selectie process wordt opgenomen.

Ik geef toe dat het verschil soms erg lastig te definieren is. Daarom vind ik ook de volgende overweging belangrijk: wie draagt de kosten? Door uitsluiting worden kosten overgedragen of gecreëerd. Door selectie niet, selectie zal in het algemeen de kosten reduceren.

Daarbij tellen de totale kosten die in een samenleving aanwezig zijn/gemaakt worden.

Wanneer we weigeren iemand de tijd te geven (wanneer we daarom gevraagd worden, en we deze weten) dan verhogen we de kosten in de samenleving. Deze wordt daardoor inefficiënter. En in de concurrentie slag met andere samenlevingen om ons heen raken we zo wellicht op achterstand.

Tenzij we natuurlijk in gesprek zijn en de storing meer zou kosten dan de vrager zou profiteren van het antwoord. In dat geval is er dan ook geen sprake meer van uitsluiting, maar van selectie. De gevraagde beslist -voor de samenleving en zichzelf- hoe zijn tijd het best gebruikt kan worden op dat moment.

Zit de vrager echter op een bankje van de zon te genieten, dan wordt het wel erg moeilijk om te motiveren waarom we iemand de tijd niet zouden willen zeggen. Dat is een duidelijk geval van uitsluiting. Er ontstaan dan meer kosten voor de samenleving.

Uitsluiting kan echter ook een positieve invloed op de samenleving hebben. Zo is opsluiting in de gevangenis ook een vorm van uitsluiting. Mensen die kosten produceren voor de samenleving zonder dat de samenleving hiervoor iets terug krijgt horen niet in die samenleving. Dit kan natuurlijk op verschillende niveaus plaatsvinden. Opsluiting of zelfs de doodsstraf is hiervoor het uiterste middel. Eenvoudige vermijding kan in die gevallen meer dan afdoende zijn.

In dat geval gebruiken we uitsluiting/vermijding als straf voor ongewenst gedrag. Maar dan heeft uitsluiting cq vermijding dezelfde rol als verdediging en is dit enkel de minst gewelddadige oplossing. Maar in principe niet anders dan elke andere form van ‘geweld’.

Ik kan echter niet anders concluderen dat het gebruik van uitsluiting zonder aanleiding een vorm van agressie is.

Wanneer een libertariër probeert uit te leggen waarom uitsluiting zonder aanleiding geen geweld of agressie is, dan hoor ik enkel iemand die probeert om op kosten van de samenleving een persoonlijk voordeel te halen.