Ik heb de vorige post over dit onderwerp uitgebreid met de volgende twee punten:

Hiërarchie

[4] Elke groep organiseert zichzelf hiërarchisch

In de natuur heeft de hiërarchische structuur zich bewezen als de meest efficiente manier van organisatie.

Er zijn twee verschillende manieren om een hiërarchie te vormen: langs fysieke kenmerken en langs competentie. Fysieke kenmerken (het recht van de sterkste) kan alleen in kleine groepen werken. Zodra de groep groter wordt is kracht niet langer voldoende omdat meerdere zwakkeren samen altijd sterker zullen zijn dan de sterkste.

Technisch in de zin van objectieve kennis.

Elke menselijke samenleving is daarom een competentie hiërarchie. Wel is het zo dat deze competentie niet per se technisch hoeft te zijn. De competentie loopt vooral langs lijnen van het vermogen om te organiseren. Wel is het zo dat leiders technisch competente mensen om zich heen zullen verzamelen in raadgevende en ondergeordende leidinggevende functies.

Persoons geörienteerde competentie structuren zijn waarschijnlijk de meest efficiente hiërarchieën die we hebben. Denk aan bedrijven en ook zeker het leger. Maar persoons georiënteerde hiërarchieën hebben als nadeel dat ze niet lange tijd stabiel zijn. Voor een samenleving is een functionele hiërarchie doeltreffender. De posities binnen de hiërarchie kunnen dan door opeenvolgende personen bekleedt worden terwijl de hiërarchie zelf onveranderd blijft. (En incompetente functionarissen kunnen vervangen worden)

Stabiele hiërarchieën hebben bovendien een acceptatie nodig die van onderen naar boven verloopt. I.e. een stabiele (competentie) hiërarchie heeft twee richtingen: van boven naar beneden voor ‘orders’ en van onder naar boven voor ‘acceptatie’. Zodra de acceptatie wegvalt wordt de hiërarchie wankel en kan instorten cq vervangen worden door iets nieuws.

De levensloop van een hiërarchie wordt overwegend bepaalt door de acceptatie van de hiërarchie. Acceptatie zowel actief kan zijn als passief. Een nieuwe hiërarchie wordt vaak actief door de bevolking ondersteunt. Maar wanneer de leiding het contact met de bevolking verliest gaat de actieve acceptatie over in een passieve acceptatie. Zolang de levensstandaard toeneemt of gelijk blijft kan de passieve acceptatie overeind blijven. (Het is moeilijk om een passieve acceptatie weer om te zetten in een actieve participatie - met name buitenlandse conflicten/oorlogen zijn hiervoor geschikt gebleken.) Wanneer de levensstandaard afneemt gaat passieve acceptatie over in passieve verwerping. Blijft de levensstandaard zinken dan zal op een gegeven moment de passieve verwerping overgaan in een actieve verwerping (niets meer te verliezen -> revolutie).

[5] Elke succesvolle organisatie verschuift in politiek opzicht naar links

Er zijn versies van deze spreuk in omloop die er een voorwaarde aan verbinden: “tenzij deze organisaties zich er expliciet tegen weren”. Maar dat lijkt me te optimistisch.

We kunnen deze empirische regel ook zien als een versie van de r/K theorie, maar dan toegepast op organisaties.

Nu is dit een empirische regel, en ik weet niet zeker hoe het onderliggende mechanisme er uit ziet. Ik vermoed dat het (net als r/K theorie) ligt aan de winst die er gemaakt wordt. Wanneer een organisatie winst maakt dan zal men eerder geneigt zijn tot het maken van investeringen en het vinden van compromissen die geen toename van de winst veroorzaken. Er vindt een verschuiving plaats van de noodzaak tot winst maken naar de wens om conflicten te vermijden. Conflict vermijding kan ook geld opleveren, maar op zijn minst betekent het maken van winst dat er ruimte ontstaat voor ideologie. Links identificeert voortdurend conflict gevallen, en wanneer rechts bereidt is om toe te geven, dan is de drift naar links (ideologische acceptatie) onvermijdelijk. Ik denk dat deze drift onvermijdelijk is, zelfs in rechtse organisaties die hierop letten.

Winst maken moet niet in elke organisatie letterlijk genomen worden. Winst in politieke partijen wordt uitgedrukt in verkiezingsresultaten. Winst voor non-profits wordt uitgedrukt in de hoeveelheid geld die er doorheen gaat. Winst in scholen is het aantal leerlingen. Etc.