Ik las onlangs ergens dat het verschil tussen hoog en laag IQ vooral te vinden zou zijn in het aantal fouten in het DNA. De theorie is dat iemand met een hoger IQ minder fouten in zijn DNA heeft.

Dat vind ik een interessante theorie, en het zou een paar effecten kunnen verklaren waar ik tot nog toe geen goed model voor had. Met name de veranderingen in het gemiddelde IQ van een bevolkingsgroep.

De hoeveelheid fouten in het DNA hangt ten minste af van twee factoren: de fouten in het DNA van de ouders (man en vrouw) en nieuwe geïntroduceerde fouten. Het aantal fouten dat nieuw geïntroduceerd wordt is waarschijnlijk niet zo erg hoog, maar het mechanisme dat de DNA strengen van de beide ouders samenvoegt kan zowel fouten uit beide DNA strengen accumuleren als ook die fouten juist overslaan. Uitschieters in IQ kunnen ontstaan wanneer de ouders pech of geluk hebben bij het samensmelten van de DNA strengen. En wel ongeacht het IQ van de ouders!

Wel is het natuurlijk waarschijnlijker dat wanneer de ouders minder fouten hebben (een hoger IQ hebben) ook hun kinderen een hoger IQ zullen hebben. Maar garanties zijn er niet.

Het zou mogelijk moeten zijn om een vergelijking van het DNA van de ouders (in spe) te maken en te zien hoe groot de kans op een hoog IQ of laag IQ kind is. Wanneer bijvoorbeeld beide ouders dezelfde fouten in het DNA hebben, dan kan het kind alleen maar een lager IQ krijgen dan de ouders. Het zal namelijk de fouten van de ouders overnemen, en eigen fouten toevoegen.

Hebben de ouders niet overeenkomende fouten, dan bestaat ten minste de mogelijkheid dat het kind geen van fouten van de ouders erft en zo een zeer hoog IQ kan verkrijgen.

In principe zou het zelfs mogelijk moeten zijn om dit bij in-vitro bevruchting vast te stellen voor de implant bij de moeder plaatsvind(!). De consequenties daarvan laat ik aan je eigen fantasie over…

Er is natuurlijk wel ruimte voor verschillende bevolkingsgroepen om verschillende maximum IQ’s te hebben wanneer hun DNA van andere bevolkingsgroepen principieel verschillend is. Ik heb hierover echter geen onderzoek gezien en heb er dan ook geen oordeel over.

Zoals ik in het begin schreef, dit kan verklaren waarom het gemiddelde IQ van bevolkingsgroepen lijkt te verlopen over de tijd. Het maximum IQ zou onveranderd blijven, maar het gemiddelde kan variëren over tijd. Ik zie twee mogelijke factoren: de voorkeur van de vrouw, en de leefomstandigheden.

De voorkeur van de vrouw kan een attractor creëeren. Een attractor is een begrip uit de chaos theorie die een voorkeurs locatie beschrijft. Voorbeeld: stel dat fysiek sterke mannen vaak een IQ van 95 hebben (bijvoorbeeld omdat mannen met hogere IQs minder behoefte hebben aan fysieke fitness) en stel dat een groep vrouwen aangetrokken worden door fysiek sterke mannen. Dan zal deze bevolkingsgroep een IQ attractor ervaren van 95.

Wanneer vrouwen worden aangetrokken door verbaal sterke mannen (gemiddeld IQ 115) dan zal 115 ook een attractor hebben voor die bevolkingsgroep.

En wanneer de voorkeur van vrouwen veranderd, dan zal ook het gemiddelde IQ van de bevolkingsgroep mee veranderen. Zonder dat dit een invloed heeft op het maximum IQ van de groep(!)

Met andere woorden, het gemiddelde IQ van een bevolkingsgroep kan over tijd veranderen zonder dat hiervoor een fysieke veranderingen nodig is.

Dit zou een verklaring voor het Flynn effect kunnen zijn.

Het tweede effect zou in de leefomstandigheden kunnen zitten. Bijvoorbeeld de leeftijd waarop kinderen geboren worden kan een belangrijke rol spelen. We weten dat bij oudere vrouwen het risco op mutaties in het DNA toeneemt, dit zou IQ verlagend kunnen werken (en er zijn inderdaad onderzoeken die concluderen dat het IQ van de eerstgeborene enkele punten hoger ligt dan de volgende kinderen).

Maar ook secundaire factoren als de kwaliteit van de voeding kunnen een rol gaan spelen. Of het stress niveau’s van de ouders. etc.

In het natuur vs opvoeding (nature vs nurture) debat gaat hiermee de deur weer een klein beetje open in de richting van nurture. Maar dan wel over generaties gezien, niet zozeer in individuele gevallen.