Zoals gezegd, ik ga proberen om deel 2 van het boek in één keer te bespreken…

Het eerste hoofdstuk van deel 2 gaat over de vraag “wie en wat is ‘blank’?”. Dit spreekt waarschijnlijk vooral Amerikanen aan. Zij leven in een land dat vele rassen/etniciteiten en culturen kent. Voor Nederland (of andere Europese landen) is deze vraag grotendeels overbodig. Mij raakt dit thema dan ook niet zo. Greg beantwoord de vraag vooral met “mensen uit het vroegere west europa” maar stelt ook dat een waterdichte definitie niet nodig is om een blanke etnostaat te beginnen. Daar heeft hij -denk ik- wel gelijk in, maar toch zul je er niet aan ontkomen om een grens te trekken. Daarbij is het dan belangrijker om pragmatisch te zijn dan “korrekt”. Mensen zullen altijd van mening verschillen voor zover het “korrekt” betreft. Het is imo het beste om een (willekeurige) scheiding te kiezen en dan pragmatisch te kijken naar de problemen die dit oplevert.

Hoewel in een zwakkere vorm, stelt zich deze vraag toch ook voor Nederland: Wie is Nederlander?

Omdat ik in de vorige post een oplossing heb gegeven voor het probleem hoe een etnostaat te realiseren, moet ik nu ook deze vraag beantwoorden. Ik zou deze vraag willen zien in het licht van het gewenste resultaat: een cultureel homogeen Nederland. Om een cultureel homogeen Nederland te verkrijgen en behouden is het imo nodig om bestuursfuncties enkel te bezetten door autochtone Nederlanders en deze zouden enkel verkozen mogen worden door autochtone Nederlanders. We moeten dan vastleggen wat autochtone Nederlanders zijn.

Het CBS hanteert een definitie die uitgaat van “magic dirt”. (Magic dirt is een omschrijving voor het idee dat wanneer iemand lang genoeg in een land leeft het automatisch de eigenschappen van de mensen in dat land overneemt) Dat is imo niet realistisch.

Om tot een betere definitie te komen kunnen we twee getallen kiezen, als eerste een datum waar we het er over eens zijn dat mensen die voor deze datum in NL woonden autochtone Nederlanders zijn. Dit moet een datum in het verre verleden zijn, imo meer dan de gemiddelde levensverwachting (i.e. ca 70 jaar) geleden. Het tweede getal is het percentage van de voorouders die tot deze autochtone Nederlanders moeten behoren om zelf ook tot de autochtone Nederlanders te behoren. Imo zou de keuze van deze twee getallen onderwerp van een publieke discussie moeten zijn, en uiteindelijk vastgelegd worden door de overheid (i.e. middels verkiezingen).

OK, nu weer door met het boek. Het volgende hoofdstuk in deel 2 is “Suprematie”. Het gaat vooral over de impliciete associatie die vaak gemaakt wordt tussen nationalisten en het idee dat de eigen natie (het eigen volk) het beste is. Net als Greg begrijp ik de ophef daarover niet. OK, iemand geloofd dat hij beter is dan anderen. En dan? wat maakt het uit? iedereen mag zijn eigen illusies hebben wat mij betreft.

Pas wanneer iemand uit deze illusie probeert te handelen door bijvoorbeeld anderen te willen domineren dan heb ik daarmee een probleem. Vandaar ook het idee dat iedereen ‘recht’ heeft op een thuisland. (Zie de vorige post)

Daarna volgt een hoofdstuk over “Wat is er verkeerd aan diversiteit”. Het is een duidelijk hoofdstuk dat voor mij echter geen nieuwe gezichtspunten opleverde. De volgende factoren worden besproken: zij die diversiteit wensen hebben zelf geen tolerantie voor andersdenkenden, het verplichten van quota’s voor organisaties werkt averechts op de kwaliteit van die organisaties, diversiteit en nabijheid leiden altijd tot conflict, de samenleving is het meest harmonieus wanneer hij homogeen is.

Dan komt een hoofdstuk over “Homogeniteit”. Hoe zou een blanke etnostaat er uit moeten zien. Daarover zijn natuurlijk vele meningen over, ook binnen de voorstaanders. Realistisch gezien zijn puur blanke ethnostaten waarschijnlijk onmogelijk, en ik betwijfel of ze wenselijk zijn. Maar we ontkomen er niet aan om deze vraag te beantwoorden als samenleving. In dit hoofdstuk besteed Greg aandacht aan de verschillende aspekten van deze vraag. Inclusief de vraag of landen moeten worden opgesplitst om een hogere homogeniteit te bereiken. Enigsinds verrassend besteedt hij ook aandacht aan de vraag of vluchtelingen moeten worden opgenomen, hetgeen hij duidelijk met ‘ja’ beantwoord. Al wil hij wel de etniciteit daarbij meetellen. Dit verraste mij, wanneer er etnostaten zijn, en deze zijn sovereign, dan zouden ze toch zeker zelf mogen bepalen of en welke vluchtelingen ze opnemen? Ik vermoed dan ook dat Greg dit meer als ‘wens’ ziet dan als ‘(internationale) wet’.

Ook in dit hoofdstuk wijst Greg op het verschil tussen civiel nationalisme en ethno nationalisme. Civiel nationalisten geloven dat mensen afkomstig uit andere culturen de locale cultuur kunnen overnemen. Baserend op mijn eigen ervaringen zou ik zeggen dat dit niet mogelijk is. Ten minste niet voor 100%. Al is het wel mogelijk om de eigen cultuur te maskeren en te doen alsof men de cultuur van het gastland overneemt. Etno nationalisten zijn van mening dat het niet mogelijk is om de cultuur van een gastland over te nemen.

Het meest opvallende in dit hoofdstuk is wel de mening dat etnostaten wetten moeten hebben tegen het mixen van de rassen/etniciteiten. Dat vond ik in eerste instantie wel opmerkelijk. Waarom zou je de mensen willen voorschrijven over hoe er gehuwd mag worden? Als oud-libertarier wilde er dat bij mij niet in. Maar als we dit onderzoeken dan is deze conclusie uiteindelijk wel logisch. Zou men namelijk inter-ras/etniciteit huwelijken toestaan dan zou na verloop van tijd de situatie kunnen ontstaan dat de oorspronkelijke bewoners in de minderheid geraken, waarna de opsplitsing van het land nodig zou zijn. Waarna dit spel opnieuw begint. Wil men echter de eigen cultuur/etniciteit behouden, dan is de enige conclusie dat inter-ras/etniciteit huwelijken verboden moeten zijn. Een in mijn ervaring enigsinds vreemd aanvoelende conclusie, maar wel juist.

Het laatste hoofdstuk in deel 2 is “Blank Utopia”. Hier neemt Greg stelling tegen het idee dat een blanke etnostaat utopisch (= niet realistisch) zou zijn. Hij geeft voorbeelden van bestaande etnostaten in zowel verleden als heden. Ook ziet hij een etnostaat als een doel, niet als iets dat op korte termijn kan worden gerealiseerd, en vragen over hoe dit utopia er uit zou moeten zien wil hij dan ook uitstellen, of zelfs in het geheel niet beantwoorden omdat we dit nog niet kunnen overzien, of omdat het antwoord so wie so met in de loop der tijd evolueert. Daarin heeft hij niet helemaal ongelijk.

Ik vind dit ontevreden stellend omdat ik dit zie als: “wanneer de etnostat er is lossen de problemen zich vanzelf wel op”. Met name omdat we in het verleden etnostaten waren, en deze hebben zich niet staande gehouden. De vraag wat we dan deze keer anders moeten doen is imo dan ook belangrijk. En zou een etno nationalist dan ook moeten beantwoorden.

Ter volledigheid: het laatste deel van dit hoofdstuk is redelijk USA-centrisch en raakt de Nederlandse situatie niet zozeer.

De volgende keer dan deel 3.