Bij het nadenken over de toekomst van de democratie is goed een gevoel te krijgen hoe groepen onderling functioneren. In het volgende enkele observaties hierover. In een volgende post zal ik dan proberen hieruit een toekomstschets voor de democratie te maken.

Mensen vormen groepen, de samenleving (“Nederland”) is één van deze groepen. We zouden dit een ‘supergroep’ kunnen noemen.

Maar er zijn veel meer groepen. Mensen zijn deel van meerdere groepen. Groepen vormen zich omdat A) herkenbaar zijn als categorie (bv: man/vrouw) en/of omdat ze B) een gemeenschappelijk doel (wens) hebben.

Een supergroep bestaat uit meerdere subgroepen en deze subgroepen bestaan weer uit kleinere groepen. Elke groep bestaat uit leden, en leden kunnen lid zijn van meerdere groepen.

In een supergroep bestaat een zekere cohesie die de subgroepen bij elkaar houdt. De supergroep is in wezen deze cohesie. Want zonder de cohesie zouden de supergroep niet bestaan.

Tussen subgroepen is ook een zekere afstoting aanwezig. Deze kan nul zijn wanneer het doel van van de groepen elkaar niet beïnvloed. Maar enkel het bestaan van groepen voert al vaak tot afstoting. Vaak zal er op zijn minst een geringe afstoting zijn.

Een supergroep is stabiel zolang de cohesie groter is dan de afstotende werking. Wordt de afstotende werking groter dan de cohesie dan splitst the supergroep zich op in twee (of meer) nieuwe supergroepen.

Een land als supergroep heeft nog een extra kracht die werkt als cohesie: de impliciete dreiging met staatsgeweld.

Wanneer een staatloze supergroep uiteen valt dan kan dit op zich zonder geweld verlopen. Dit omdat de afstotende krachten (binnen de supergroep) langzaam stijgen tot boven de cohesie en er een scheuring ontstaat zodra de afstotende kracht maar een klein beetje groter is dan de cohesie. De motivatie om op te splitsen is weliswaar groter dan de motivatie om samen te blijven, maar is niet groot genoeg “energie” over voor een gewelddadige ontlading. De subgroepen “drijven” uit elkaar.

Een staats supergroep valt pas uiteen wanneer de afstotende werking groter is geworden dan de cohesie + dreiging. Wanneer bij deze splitsing de dreiging wegvalt (i.e. de regering verliest de overhand) dan is er sprake van een plotselinge en grote inbalans: de afstotende kracht is veel groter dan de cohesie. De supergroep “explodeert”. De kans op een gewelddadige ontlading is hierbij hoog.

De opsplitsing van een supergroep geeft grote onrust, de groep(leden) worden zicht bewust van nieuwe mogelijkheden, en nieuwe gevaren. Wanneer een staats supergroep splitst, dan zullen vaak ook de subgroepen aan sterke veranderingen onderhevig zijn. Iedereen oriënteert zich op de nieuwe situatie. Oude groepjes verdwijnen, nieuwe verschijnen. Allianties tussen groepen worden verbroken en gevormd. Dit is een tijd van chaos en creatie. Heel belangrijk hierbij is de gewaarwording van de groepsleden dat men bij een groep hoort. In gemoedelijke tijden kan dit bewustzijn op een laag pitje staan, en kunnen individuele leden zich zelfs buiten een groep wanen. Bedenk dat groep toegehorigheid niet per se zelf gekozen is, maar ook opgelegd kan worden door categorisering. De onrust bij een opsplitsing maakt echter dat iedereen op zoek gaat naar de groep waar hij bij hoort of bij wil zijn. De tendens om groepen te vormen wordt dan ook groter na het uiteenvallen van een supergroep.