Er was eens een land. En in dat land woonde een uitvinder. Die uitvinder was wellicht de slimste man op aarde. Hij bedacht iets dat letterlijk iedereen wilde hebben. Hij werd daarmee de rijkste man op aarde. Dit zorgde er voor dat het land waarin hij woonde ook het rijkste land op aarde werd. Iedereen die op de een of andere manier met de uitvinding te doen had werd steenrijk. Maar er stroomde zoveel geld het land binnen dat het prijsniveau in dat land steeg en steeg en steeg.

Niet iedereen had met die uitvinding te doen. Het grootste deel van de bevolking had wel te maken met de prijsstijging maar had geen direct aandeel in de geldstroom. Hun koopkracht daalde, en ze waren gedwongen om hun werk duurder te verkopen. Dit zorgde er voor dat ze hun producten (die niets met de uitvinding te doen hadden) niet langer konden exporteren. En ze verloren ook de concurrentie met de import uit het buitenland, die voortdurend goedkoper werd. Hun afzetmarkt verdween, en vele werden werkloos.

Ondertussen bleef de uitvinding er voor zorgen dat er steeds meer geld het land binnen stroomde.

Er was een oplossing nodig: een belasting op de uitvinding (en de hele productie keten daarvan) was het gevolg.

Dit belastinggeld werd verdeelt onder de werklozen. Iedereen kon nu weer eten.

Maar de mens leeft niet bij eten alleen. De werklozen bleven werkloos en hun levenskwaliteit ging met sprongen naar beneden. Ook al werd het land rijker en rijker.

Tot er op een dag een man opstond en zei: STOP! Zo kan het niet langer. We moeten een import belasting gaan heffen om de import van goedkope goederen te stoppen, zodat iedereen weer werk in eigen land kan krijgen.

Dit idee was niet welkom bij de banken en de elite die van de uitvinding profiteerden. Wel bij de werklozen.

Door de importbelasting werd de interne markt sterker, de lonen stegen, en ja… de prijzen stegen ook. Maar dit was OK want de lonen bleven mee stijgen. De elite (en bankiers) waren hiermee niet gelukkig want hun koopkracht nam juist af: zij haalden hun inkomsten uit de geldstroom uit het buitenland en de waarde daarvan begon nu te dalen.

Het verhaal kent een gelukkig einde: de import belasting zorgde er voor dat de welvaart in het land beter werd verdeelt, zonder extra belastingen en uitkeringen. En de mensen waren weer gelukkiger omdat ze voor zichzelf konden zorgen.

Is dit slechts een verhaaltje?

Of vertellen de “economen” verhaaltjes?

Is een vrije handel echt de beste oplossing?