Zoals gezegd, groepen hebben een evolutionair voordeel voor de individuen in de groep. Maar niet alle groepen zijn gelijk. Sommige groepen bereiken meer dan andere groepen, hebben meer succes.

De vraag is welke factoren zorgen voor de beste resultaten? Welke principes zijn hier aan het werk?

Nu zal een gedrag wetenschapper daarop wellicht betere antwoorden hebben, maar mij lijkt het dat er één factor is die het meest bijdraagt: vertrouwen (tussen de groepsleden). Wanneer de groepsleden er op kunnen vertrouwen dat hun mede groepsleden eerlijk zullen omgaan met het gemeenschappelijk bezit en dat de resultaten van samenwerking eerlijk verdeelt zullen worden, dan kan een groep optimaal presenteren. Met andere woorden er zijn geen freeriders.

Het vertrouwen tussen de groepsleden is als de smeerolie in een machine, het verlaagt wrijvingsverliezen en zorgt er voor dat de afspraken zonder grote rompslomp gemaakt kunnen worden. Wanneer het vertrouwen afwezig is, dan kan men proberen dit door legale afspraken te vervangen, maar dit leidt altijd weer tot teleurstellingen en veel achteraf werk. Zonder vertrouwen blijven interacties beperkt tot “wat je ziet is wat je krijgt en geen garanties”.

In de westerse wereld is -waarschijnlijk gedragen door het christendom- het onderlinge vertrouwen tot ongekende hoogtes gestegen. Hetgeen niet alleen de westerse cultuur dominant heeft gemaakt, maar ook aanleiding tot veel vragen geeft. Immers ‘vertrouwen’ is onzichtbaar. Wanneer we twee groepen met elkaar vergelijken, beide even slim zijn, beide over dezelfde grondstoffen beschikken, maar de ene onderling vertrouwen heeft en de andere niet, dan zal onduidelijk zijn waarom de ene (veel) beter werkt dan de andere.

Het menselijk brein gaat dan op zoek naar andere verklaringen, en die kunnen van alles zijn. De meest onwaarschijnlijke vooroordelen kunnen dan op tafel gelegd worden als “oorzaak”.

Als vertrouwen zo belangrijk is, hoe kunnen we dit dan zo hoog mogelijk maken? Het antwoord daarop is niet zo heel erg moeilijk, maar zeker niet politiek correct. Als we weten dat tussen ééneiige tweelingen het onderlinge vertrouwen het hoogst is, gevolgd door familieleden, gevolgd door locale kerken, gevolgd door plaatsen, gevolgd door landen, door ethnische groepen etc dan volgt hieruit een heel gemakkelijke conclusie. Maar zoals gezegd, deze is niet politiek correct.

De gevolgen van ideologische invloeden en het bewust verlagen van de factoren die tot vertrouwen leiden kan dan ook maar 1 uitkomst hebben: een minder efficiente samenleving, minder efficiente economie en uiteindelijk een lager niveau van levenskwaliteit - voor iedereen!