Rothbard heeft het libertarisme belangrijk beïnvloed door eigendom tot het centrale punt te maken. Libertarisme en eigendom zijn nu onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Ik krijg de indruk dat veel, zo niet de meeste, aanhangers van het propertarisme door een libertarische fase zijn gegaan. Curt Doolittle zegt dit over zichzelf, en tot op zekere hoogte kunnen propertariërs zichzelf nog steeds als libertariërs zien.

Het grote verschil tussen libertarisme en propertarisme zit in de definitie van eigendom.

Libertariërs zijn individualistisch en definiëren eigendom als ‘eigen’-dom. In het engels: ‘property’. In het engels gebruikt ook het propertarisme ‘property’, maar in het nederlands kunnen we dat niet langer gebruiken omdat het propertarisme eigendom breeder definieert. Ik heb daarom gekozen om ‘property’ met ‘bezit’ te vertalen en zo de associatie met de persoon los te maken.

Propertarisme definieert ‘bezit’ als “dat wat men bereid is te verdedigen”. En deze definitie is verkregen door empirische observatie: mensen doen dit. Het is dan ook een veel sterkere definitie dan de libertarische zienswijze.

Bezit is niet langer alleen fysiek, maar ook immateriële zaken kunnen nu als bezit gezien worden. Bijvoorbeeld religie, maar ook dingen als rechtspraak of evenementen. Zelfs maatschappelijke instellingen als de waterschappen of de AOW vallen hieronder.

Ook wordt duidelijk dat er gemeenschappelijk bezit bestaat. Wanneer mensen samen iets verdedigen, dan is dat een empirisch bewijs voor gemeenschappelijk bezit.

Voor mij dicht daarmee het propertarisme het gat tussen libertarisme en de samenleving. De samenleving is meer dan een verzameling individuen.