Als je over de samenleving nadenkt dan zal je ongetwijfeld wel eens de kreet geslaakt hebben: waarom zien de mensen dat niet? Het lijkt er sterk op dat de grote massa van mensen niet nadenkt.

Maar als je de mensen individueel spreekt dan blijkt juist weer het tegenovergestelde, men is zeker niet ‘dom’.

Hoe kunnen we deze beide observaties met elkaar in overeenstemming brengen? Daarover wil ik in deze post speculeren.

Toen ik over het IQ aan het lezen was viel me het volgende op: In elke samenleving is er een verdeling van IQ’s, weinig lage IQ’s, veel midden IQ’s en weinig hoge IQ’s. De beroemde ‘bell curve’. Omdat het midden van de IQ curve per definitie 100 is, hebben 50% van de mensen een hoger IQ en 50% van de mensen een lager IQ.

IQ is de belangrijkste factor wanneer het op success in het leven aankomt. Hoger IQ betekent een beter resultaat (gemiddeld genomen).

Iemand met het gemiddelde IQ van 100 zal dagelijks vele mensen tegenkomen die een hoger IQ hebben. Dat geld ook nog voor een IQ van 105, maar bij een IQ van 110 wordt dit effect al duidelijk minder. Slechts 15% van de bevolking heeft een hoger IQ dan 115, en je hebt zeker 10 IQ punten verschil nodig om een onderscheid te constateren. Al zullen we het verschil naar onderen (tov onszelf) sneller constateren dan naar boven.

Dit zorgt er voor dat wanneer we naar de maatschappij kijken we een hoger gemiddeld IQ zien dan ons eigen IQ. We filteren de lage IQ’s uit en creëren zo voor onszelf een schijnbare IQ verdeling met een hoger gemiddelde dan ons eigen. Dit effect is voor lagere IQs sterker dan voor hoge IQs. Voor een IQ van 90 is dit effect vele malen sterker dan voor een IQ van 110.

Het is natuurlijk gokken, maar mijn vermoeden is dat imitatie van andere mensen, en vooral succesvolle mensen, het schijnbare IQ van mensen met lage IQs met 5 tot 10 punten kan opkrikken. Zoals gezegd, boven de 115 is dit effect waarschijnlijk veel kleiner en boven de 120..130 verwaarloosbaar of geheel afwezig. Mensen met een IQ van 120 of hoger zijn gewend dat de mensen om hen heen juist een lager IQ hebben en zullen dus meer op zichzelf staan bij het nemen van beslissingen.

De praktische consequentie is dat mensen met lage en gemiddelde IQ’s (samen zo’n 60-70% van de bevolking) evolutionair gezien beter af zijn wanneer ze ‘net zo doen en denken als alle andere, in het bijzonder de succesvolle’.

Hoewel het bovenstaande speculatie is, is het effect op zich in marketing wel bekent: daar probeert men een product te verkopen door de gebruikers er van als succesvol af te schilderen. Men betaalt bekende (i.e. succesvolle) mensen er voor om producten aan te prijzen etc.

Media speelt (speelde?) hierin een belangrijke rol: zij zijn het die het nieuws en de mening daarop selecteren en aan de mensen voorschotelen. Hierdoor kan men gemakkelijk een consensus presenteren die tot imitatie aanzet, ook als deze consensus fictief is. Media kan zo een zichzelf vervullende consensus presenteren-creëren. Met de komst van het internet is dit gelukkig behoorlijk verzwakt, maar het bestaat nog wel.

De reden waarom dit effect niet goed zichtbaar is in een persoonlijk gesprek is tweeledig: ten eerste zal de persoon met het hogere IQ waarschijnlijk dominant zijn en meer ‘gelijk’ krijgen. Hetgeen voor hem er uit ziet alsof de andere het met hem eens is, en dus slimmer lijkt dan hij is. De tweede reden is dat men de persoon met een lager IQ door de verschillende logische stappen kan leiden en hem zo tot inzicht kan laten komen. Dit is in een persoonlijk gesprek wel mogelijk, maar niet in de massa.

Helaas betekent het bovenstaande wel dat “de grote massa” (60-70% van de bevolking) nooit kritisch zal nadenken. Niet omdat ze dit niet zouden kunnen, maar omdat dit voor hen (evolutionair gezien) geen voordeel oplevert. Mensen met een IQ beneden de 105/110 zullen overwegend volgers zijn op intellectueel gebied. 110/120 is een overgangsgebied, maar boven de 120 is men waarschijnlijk intellectueel gezien zelfstandig.

Wat dit dan betekent voor de democratie…