Evolutie is de ‘survival of the fittest’. Hetgeen we vaak vertalen met ‘overleven van de beste’. Maar die vertaling is fout, of de originele uitspraak is fout.

In de traditionele zienswijze van evolutie is er sprake van een gestage verbetering. Wel, ik mag natuurlijk niet in absoluten spreken, eigenlijk moet ik zeggen in mijn zienswijze (tot gisteren).

Impliciet schuilt hierin de gedachte dat wij tegenwoordig het beste zijn dat de aarde tot nog toe heeft voortgebracht.

Maar al lezende in het boekje over de r/K theorie viel me op dat deze zienswijze volledig de boot mist.

Doorslaggevend voor de overlevering van de genen is niet “de beste” maar “goed genoeg”. Wanneer de omstandigheden het overleven gemakkelijker maken dan zal een soort zich daaraan aanpassen. Oude eigenschappen die vroeger nodig waren gaan daarbij eventueel geheel verloren. Voorbeeld: stel er leven op een eiland konijnen en vossen. Het vossenbestand zorgt er voor dat de konijnen schrikachtig zijn. Een konijn dat niet bij het minste en geringste schrikt loop grote kans geen nakomelingen te produceren. Wanneer de vossen door een ziekte worden uitgeroeid is de schrikreactie voor de konijnen niet langer nodig. Een konijn zonder schrikreactie zal zich gemakkelijker kunnen voeden en sneller voortplanten. Uiteindelijk zullen de nakomelingen van het schrik vrije konijn de nakomelingen van de schrikachtige konijnen overvleugelen.

Dit is ook wat we zien op eilanden: toen de eerste ontdekkingsreizigers op onbewoonde eilanden kwamen hadden de dieren daar veelal geen schrik voor mensen.

Evolutie is geen garantie voor een voortdurende verbetering van een soort. Eigenschappen komen en eigenschappen gaan. Ook voor mensen. Zo kan ik me voorstellen dat de vroegere jager/verzamelaars het flink wat moeilijker hadden om te overleven dan wij tegenwoordig. Het is dus best mogelijk dat ze slimmer waren dan wij het nu zijn. Ik meen me zelfs te herinneren dat het hersenvolume is afgenomen … ah, hier is de link.

Ik denk dat er bij de mensen nog een andere factor meespeelt: ons gedrag is niet alleen afhankelijk van onze genen, maar ook van onze memen. Voor memen gelt hetzelfde als voor de genen: meme gestuurd gedrag (cultuur?) past zich ook an aan de omstandigheden.

Dit opent de deur voor snelle gedragsaanpassingen in antwoord op de zich wijzigende leefomstandigheden. Waar de natuur echter geen moraal hanteert, doen wij mensen dat wel. Wijzigende leefomstandigheden kunnen dan ook snel tot morele conflicten voeren. Vaak zal de heersende opvatting zijn dat men zich ‘tegenwoordig’ slechter gedraagt dan ‘vroeger’.