Zonnepanelen zijn de afgelopen jaren steeds gewoner geworden op Nederlandse daken. Toch weten veel mensen nog niet precies hoe ze werken, wat ze kosten of wat je ervan mag verwachten. Dat is begrijpelijk, want er komt best wat bij kijken. Van het type paneel tot de grootte van je dak: er zijn veel dingen die bepalen of zonne-energie een goede keuze is voor jouw situatie. In deze tekst lees je de belangrijkste feiten op een rij.
Hoe werken zonnepanelen en wat leveren ze op
Een zonnepaneel zet zonlicht om in elektriciteit. Dat gebeurt via cellen gemaakt van silicium, een materiaal dat gevoelig is voor licht. Als zonlicht op zo’n cel valt, komen er elektronen in beweging. Dat levert gelijkstroom op, die via een omvormer wordt omgezet naar wisselstroom. Wisselstroom is de stroom die je thuis nodig hebt voor al je apparaten. Hoe meer zon er op de panelen valt, hoe meer stroom ze opwekken. Een gemiddeld huishouden met tien panelen wekt jaarlijks zo’n 3.000 kilowattuur op. Dat is genoeg voor een groot deel van het dagelijkse stroomverbruik, al verschilt dat per gezin.
Afmetingen en soorten panelen die je tegenkomt
Een standaard paneel voor woningen heeft vaak een afmeting van ongeveer 165 bij 100 centimeter. Modernere versies zijn wat groter en meten al snel 172 of 176 centimeter bij 113 centimeter. Het formaat hangt af van het type en de fabrikant. De meest gebruikte soorten zijn monokristallijn en polykristallijn. Monokristallijne panelen zijn donkerder van kleur en halen doorgaans een hoger rendement, zeker bij bewolkt weer. Polykristallijne varianten zijn iets goedkoper, maar iets minder efficiënt. Voor de meeste daken zijn monokristallijne versies tegenwoordig de standaard keuze. Naast het type speelt ook het wattage een rol. Moderne panelen halen al snel 400 watt piek of meer per stuk.
Kosten en terugverdientijd van zonne-energie
De aanschafprijs van een installatie hangt af van het aantal panelen, het merk en de installateur. Gemiddeld betaal je voor een installatie van tien panelen tussen de 4.000 en 6.000 euro, inclusief plaatsing. Dat klinkt als veel, maar de meeste huishoudens verdienen dit terug in zeven tot tien jaar. Na die periode levert de installatie puur winst op, want de stroom die je opwekt hoef je niet meer in te kopen. De salderingsregeling, waarbij je teruggeleverde stroom verrekent met je verbruik, wordt de komende jaren stapsgewijs afgebouwd. Dat betekent dat het voortaan handiger is om zelf zoveel mogelijk van de opgewekte stroom te gebruiken. Een thuisbatterij kan daarbij helpen, maar die brengt extra kosten met zich mee.
Waar je op moet letten bij het plaatsen van zonnepanelen
Niet elk dak is even geschikt. De richting van het dak speelt een grote rol: een dak op het zuiden is het gunstigst, maar ook oost-west richtingen werken goed. De hellingshoek is ook van belang. Een hoek van rond de 35 graden geeft in Nederland het beste resultaat. Schaduw van bomen, schoorstenen of andere gebouwen vermindert de opbrengst sterk. Daarnaast is de staat van je dak belangrijk: als de dakbedekking over een paar jaar vervangen moet worden, doe je er verstandig aan dat eerst te doen. Laat ook altijd een erkend installateur de situatie beoordelen. Die kan precies berekenen hoeveel panelen zinvol zijn en hoe de installatie het beste kan worden aangesloten op je meterkast.
Veelgestelde vragen
Hoeveel panelen heb ik nodig voor mijn huis?
Het aantal panelen dat je nodig hebt, hangt af van je jaarlijkse stroomverbruik. Een gemiddeld huishouden in Nederland verbruikt zo’n 3.000 tot 3.500 kilowattuur per jaar. Met tien panelen van 400 watt dek je dat verbruik grotendeels af. Een installateur kan een berekening maken op basis van jouw specifieke situatie.
Heb ik een vergunning nodig om panelen te plaatsen?
Voor de meeste woningen heb je geen vergunning nodig om panelen op het dak te leggen. Woon je in een beschermd dorps- of stadsgezicht, of is je woning een monument, dan gelden er andere regels. In dat geval is het verstandig om eerst bij je gemeente te informeren.
Wat gebeurt er met de opgewekte stroom die ik niet gebruik?
De stroom die je niet zelf verbruikt, wordt teruggeleverd aan het elektriciteitsnet. Via de salderingsregeling kun je die stroom verrekenen met de stroom die je zelf afneemt. Deze regeling wordt de komende jaren afgebouwd, waardoor het steeds gunstiger wordt om de stroom direct zelf te gebruiken.
Gaan zonnepanelen lang mee?
De meeste panelen hebben een levensduur van 25 tot 30 jaar. Fabrikanten geven vaak een garantie op het rendement, waarbij na 25 jaar nog minimaal 80 procent van de oorspronkelijke opbrengst gehaald wordt. De omvormer gaat gemiddeld 10 tot 15 jaar mee en moet dan vervangen worden.



